Warding off evil (Kaaden, 1936)

Below article by Van der Kaaden is a description of the annual Balinese festivities on Lebih Beach, south coast of Bali, to ward off evil and disease caused by the influences of Pura (Penataran) Ped on Nusa Penida. The spelling in the English abstract and translation (forthcoming) of the article by the author GD has been adapted to modern English and Indonesian standards.

kaaden title

Nangluk Merana Feast in Gianyar (W.F. van der Kaaden, 1936): Abstract (by the editor, DJÅWÅ Magazine, 1936)

Nusa Penida, formerly the island of the banished, situated opposite Southeast Bali, still stands in no good odour on the main land. Especially the people of the ancient principality of Gianyar ascribe to influences hailing from there, all sorts of epidemical diseases afflicting mankind, down to pernicious plagues, injuring the crops. The gods of the temple Pura Ped, lying on the northern beach of Nusa Penida, considered there as bearers of good luck, are supposed to visit the opposite shore with calamities. Others impute these disasters to Batara Baruna, God of the Ocean. The rats that often lay waste the rice fields, are popularly though of as fish, which at night go ashore. In order to prevent or to check such plagues, long since a yearly big sacrificial feast is given by prince and people of Gianyar near Lebih, on the southern beach, in the month of December. The local prince (nowadays "regent"), accompanied by his wives and all the gentry, offers sacrifice and prayers to the gods, and the common people also bring offerings which are thrown into the sea, at which ceremony a pemangku (popular priest) assists. A Brahmana-priest reciting hymns (in corrupt Sanskrit) dedicates the offerings to Batara Surya (the Sun God) and Batara Baruna (Waruna).

kaaden nusapenidamap

There are offerings also to Sang Kala Nungkurat (evidently a demonical divinity). This festivity "Nangluk Merana" ("Checking the Calamities) runs in cycles of three years and will be given one year in its most elaborate form (the offering consists among other things of a buffalo and a cow), the next year in a moderate and the year after in its simplest form. As to the rats, the Balinese still know an extreme remedy against the. Everybody has to kill and to deliver up a rat and these are burnt collectively, as thought it were a human cremation; these rats not long ago at Klungkung amounted 17,000.

Nangloek Merana in Gianyar, (W.F. van der Kaaden, 1936)

kaaden djawa(p.123) Men veronderstelt in Gianjar, dat alle kwalen en ziekten die mensch of plant aantasten, afkomstig zijn van de Poera Pèd, welke tempel aan het Noordstrand ligt van het eiland Noesa Penida, tegenover Gianjar gelegen. Het zijn de Goden die de Poera Pèd bewonen, die het in hun macht hebben deze kwade invloeden uit te zenden. Houdt men hen te vriend door offers e.d., dan zal men van ziekte geen last hebben. Bij de kleinste nalatigheid echter zijn de Goden vertoornd en terstond zenden zij plagen en ziekten op Gianjar af. Weer anderen schrijven alle kwaad, dat Gianjar teistert, toe aan Batara Baroena de Godheid van de zee.

Eens per jaar is er aan zee, bij het dropje Lebih, een gezamenlijk groot offerfeest, waarvan de bedoeling is alle kwaad dat op Gianjar afgezonden wordt, af te weren. Men noemt dit nangloek Merana, van nangloek, afweren, tegenhouden.

Onder merana zijn in dit geval niet alleen de plagen van het gewas, maar ook de ziekten van den mensch begrepen. In den vorstentijd de cholera en pokken, thans dysenterie en malaria. Voor den landbouw o.a. de walangsangit-, rupsen- en speciaal de muizenplaag. Vooral de muizenplaag is zeer gevreesd. Nu is ook voor het ontwikkelen van een muizenplaag de toestand in Gianjar zeer bevorderlijk. Doordat er over het algemeen te weinig water is, om de uitgestrekte sawahvelden te bevloeien, wordt binnen elke bevloeiingsgebied beurtbevloeiing toegepast. er wordt dus elke maand in eenige soebaks geoogst. Wanneer de muizen een soebak kaal gegeten hebben, kunnen ze binnen korten afstand andere sawah's waar de padi te rijpen staat vinden, om hun honger te stillen. De tani onderscheidt twee soorten muizen, n.l. de bikoel pondokan en de bikoel merana. De naam bikoel (muis) pondokan (van pondok, optrekje) spreekt voor zich zelf. Dit is de huisrat en elke muizensoort die zich niet belangrijk verplaatst.

De bikoel merana is een veldmuisje en het is deze zwervende veldmuis die zich zeer snel vermeerderen kan en die in de sawah de grootste verwoestingen aanricht. Men gelooft, dat als men zoo'n bikoel merana doodt, er tien voor in de plaats komen. uit zichzelf gaat de bevolking er dan ook niet graag toe over deze dieren te dooden. Geeft echter de overheid, vroeger de vorst, thans het Gouvernement, opdracht tot het vangen, dan voert de bevolking deze opdracht uit zonder bezwaar, aangezien de eventueele gevolgen voor rekening van den opdrachtgever komen. Zoo werden er dit jaar in het Gianjarsche in een maand tijds 24,000 muizen gevangen.

Mocht al eens een tani de muizen uit zijn sawah weggevangen hebben, dan zal hij den volgenden dag weinig vermindering van muizenvraat hebben bemerkt aangezien toch de muizen uit de omringende velden toegestroomd zijn, om de ledige plek te vullen, totdat er weer evenwicht in den toestand ontstond. Het is wellicht deze omstandigheid die tot bovenvermeld geloof aanleiding heeft gegeven. Men gelooft dat de bikoel merana door de Goden worden afgezonden. Deze muizen zouden eigenlijk zeevisschen zijn die naar Gianjar zwemmen en 's nachts als muizen aan land springen (p.124) om de sawah's kaal te vreten. Tegen den ochtend loopen ze naar de kust om weer in visschen te veranderen.

Eens per jaar dus vereenigt de bevolking van Gianjar zich op het strand van Lebih, om door het brengen van offers kwalen en plagen af te weren. in lange rijen loopen de feestelijk gekleede mannen en vrouwen, de laatste de offeranden op het hoofd torschend, den weg af, naar Lebih, om daar, voorgegaan door den Anak Agoeng van Gianjar, te bidden en de Goden gunstig te stemmen.

De offers, door de menschen meegebracht bestaan o.a. uit ketoepat, gele rijst, ketan en rijst in verschillende wormen toebereid. (Behalve over het opstel ban de heer van der Kaaden, beschikt DJÅWÅ " over een in het Maleisch gestelde beschrijving dezer festiviteiten van Balinese hand, Hierin zijn de offeranden vollediger opgesomd. We voegen die opsomming aan het opstel toe, maar we laten ze met opzet onvertaald, want er is veel onzekers in dat alleen door navrage op Bali zou kunnen worden opgehelderd, en het resultaat van die navrage zou ook eer een omschrijvende beschrijving dier Balische (offer)gerechten dan een "vertaling" zijn. Over de hier bedoelde offers staat er: ketoepat sekélan "enam bidji" ketoepat, adjoeman poetih koening, djadjan koekoes "segalah" (sepoeloeh bidji) bantal (sematjam djadjan).)

Aan het strand is het een drukte van belang. Vele bedevaartgangers rusten uit van den vermoeienden tocht en luisteren naar den prachtig bewerkten en rijk versierden gamelan dan den Poeri Gianjar. Onder een afdakje wordt ardjatooneel gespeeld en als de beroemde komieken Anak Agoeng Gdé Raka, Ida Bagoes Gédéran, I Sérog en I Tedoeh hun grappen verkoopen, davert het gelach van de dichte rijen toeschouwers over het strand.

Onderwijl hebben vele bezoekers hun offeranden op het strand uitgespreid. De offers worden door bemiddeling van een pemangkoe, volksgeestelijke, aangeboden aan Batara Baroena, den God van de zee. Deze offers worden gemaakt door de vrouwen: zelden wet een man de voorwerpen waaruit bepaalde offers moeten zijn samengesteld, op te noemen. Het aanbieden en bidden geschiedt echter onder leiding van den man. Na afloop worden de offers in zee gegooid.

Aan het strand staan ook eenige offerstellages. het dichts bij zee staat de sanggar toetoean, een op vier stijlen rustende, onoverdekte offerplaats. De daarvóór op den grond liggende offers, heeten gelar sanga (dit offer wordt omschreven met de woorden: Nasi ditaroeh didalem wakoel, ébat babi dengan saté banjaknja sama-sama 9, teloer itik mentah 9 boetir, dan toeak 1 botol, wang kepeng 25 beserta peras r dan daksina.) bestaande uit 0 stuks saté, 9 eendeneieren, 9 schalen rijst, 9 schotels vleesch enz. toeak en kèpèng's, (sanga = 9).

De op de sanggar toetoean liggende gaven worden soetji, rein genoemd en bestaan uit z.g. reine goederen, waaronder b.v. eenden verstaan worden. Deze laatste offers (Deze vonden we vermeld in de woorden: soetji 2 soroh, sesantoen besar 1, daksina 2 dengan wang kepeng 1000), zijn bestemd voor Batara Soerja den zonnegod, terwijl de gelar sanga aan Sang Kala Noengkoe Rat worden aangeboden.

Ten Noord-Westen van de sanggar toetoean staat een grooter, overdekte offerplaats, panggoenan geheeten. De daarop staande offeranden (Hier heeft de Balische (maleische) bron slechts: Peras penjeneng; dan soejoet pengambian. Echter vermeldt ze eerder (zonder nader op te geven wáár die gaven precies worden geofferd): Sebagai pokok pesta diperboeatkan djoega oloeh Baliau sadjèn sebagai berikut: Peras-Penjeneng, sajoet pengambian, soetji 2 soroh; salaran (itik, ajam, beras, ketan, indjin, klapa, sirih, pinang dan soetji 1 soroh). - Selaran ini jang doega berserta dengan wang képeng sebanjak 6600 ditenggelamkan didalam laoet.) waaronder zich bevinden kippen, eenden, kleefrijst, zwarte rijst, klappers, sirih, pinang enz. worden eveneens aan Batara Soerja opgedragen.

Ten Noorden van de panggoengan bevindt zich de balé pewédaan, de plaats waar de pedanda Siwa bidden zal. Voor deze balé pewédaan bevinden zich op een balai-balai, asagan genoemd, vele offers, die na de plechtigheden in zee gegooid moeten worden. (p.125) Tegen het tijdstip, dat de zon het hoogste punt bereikt heeft, begint de pedanda Siwa te bidden. De mantera's die hij gebruikt zijn de Baroena-astawa en Soerja-astawa. Is hij hiermee gereed, dan vereenigt alles, wat in Gianjar eenige waardigheid bekleedt, zich ten Noord-Oosten van de sanggar toetoean.

Voorgegaan door den Anak Agoeng van Gianjar, die omgeven is door zijn vrouwen, zijn daar alle poeggawa's (Districtshoofd) met hun perbekel's (De laagste Gouv. bestuursambtenaar, staande aan het hoofd van een aantal désa's) en klian's (Letterlijk "oudste". Hoofd van een désa adat of banjar, (wijk)). Verder de Sedahan Agoeng (Grootwaterschapmeester) met zijn pengloerah's (Hoofd van een aantal soebaks, die te samen een bevloeiingsgebied vormen) en sedahan's abian (Inners van den landrenteaanslag der droge gronden), terwijl vooral de soebakhoofden, de pekaséh's, niet mogen ontbreken. Onder het geklingel van den Pedanda-bel bidden zij allen, dat ziekten en plagen het komende jaar ver mogen blijven van Gianjar.

Om de drie jaar wordt het Nangloek Merana op buitengewoon grootsche wijze gevierd. Onder de offers bevinden zich dan zelfs een karbouw, een sapi, varkens en geiten. Men noemt deze wijze van Nangloek Merana vieren "oetama" d.i. eerste, beste. Het volgend jaar is de viering mindert groot van opzet, madjia (middelste), en het derde jaar zooals in 1935 zijn de offers het kleinste, nista (laatste, minste).

Het merkwaardige is, dat inderdaad na het Nangloek Merana de dysenterie- en malariaepidemieën plegen te verminderen en de rattenplaag afneemt. de verklaring daarvan ligt wellicht in het tijdstip van het Nangloek Merana. Dit heeft nl. plaats op den laatsten dag (samenvallend met den nieuwen maan) van den zesden maand van het Balische zonnejaar, de tilem sasih kenem. Wel spelen in deze jaarrekening tilem en poernama een groote rol, zoodat men geneigd zou zijn van een maanjaar te spreken, maar opgemerkt moet worden dat door een ingewikkeld schrikkelregeling het jaar ongeveer gelijk gehouden wordt meyt ons jaar. Tilem sasih kenem valt altijd in onzen Decembermaand. dat wil dus zeggen dat het Nangloek Merana ongeveer samenvalt met het inzetten van den regentijd.

De aan den regentijd voorafgaande kentering, met zijn vele broeiende temperatuur, zijn vele vliegen, en ontregelde regenbuien is zeer bevorderlijk voor de ontwikkeling van dysenterie- en malariaepidemieën. In den vorstentijd telden cholera en pokken dan hun meeste slachtoffers. Ook de muizenplaag kan zich dan goed ontwikkelen. Zet de regentijd flink door, dan beteekent dit een einde van de epidemieën; de rattennesten loopen onder water; en ook deze muizenplaag vermindert.

Er zijn natuurlijk jaren, dat het Nangloek Merana niet helpt. Als laatste middel ter bestrijding van de muizenplaag organiseert men dan een plechtige muizenlijkverbranding. Ieder moet een muis inleveren en alle muizen tezamen worden verbrand op dezelfde wijze als ook de lijkverbranding van een mensch plaats vindt. Zoo werden onlangs te Kloengkoeng ruim 17.000 muizen verbrand. Merkwaardig is dat de Poera Pèd in Gianjar zoo gevreesd, op Noesa Penida juist vereerd wordt, om den heilzamen invloed, die er van uitgaat.

Het Nangloek Merana komt ook elders voor b.v. in Kloengkoeng. Onder Merana verstaat men hier speciaal plagen van de te velde staande gewassen. het is dus hier een landbouwfeest, dat ook niet het algemééne karakter heeft van dat in Gianjar. Zoo wordt het b.v. in de poera Goa Lelawah (de bekende vleermuizengrot) gevierd alléén voor de (p.126) onder dezen waterschapstempel ressorterende sawah's, v.n.l de pengloerahan Toja Sampalan. Ook in de poera Klotok, evenals de poera Goa Lelawah aan de kust gelegen, en waartoe o.a. de pengloerahan Toja Tjaoe behoort, kent men het Nangloek-Merana-feest. Maar den luister waarmee het in Gianjar gevierd, en de vèrstrekkende beteekenis die er daar aan gehecht wordt, ken men elders niet.

Bijlage

De mij ter vertaling toegezonden stawa's zijn in den vorm, waarin ik ze ontving, in hooge mate verbasterd. Zooals bekend uit vorige publicaties van Sanskriet lofliederen en spreuken, op Bali bewaard, zijn vooral de uitgangen van substantiva en verba verbasterd. Men herkent veelal wel het stamwoord, doch om er grammaticaal juiste zinnen uit te reconstrueren, is vaak onmogelijk. De onderstaande reconstructie wil dan ook geenszins op grammaticale zuiverheid aanspraak maken, doch slechts de woorden in Sanskrit vorm herstellen.

1. Surya-stawa

Om! / Surya jagatpati dewa, surya netra tribbhuloke / Dhruwa dewa mahasakti, Brahma-surya jagatpati / Bhagawan Druwa tusnika 3), wahana suryabhawana / Rupakrura 4) nagarupa, Wisnudewa [ma]sarira 5) / Cakradhrtpani wanaha, Wisnudewa [ma]carira 5) / Meghaya (?) meghakrsnatwa, warsacarira arnawa 6) / Agni jwala rudramurti, surya teja mahatiksna / Bhogawan 7) tu Dhruwatmaka, wahana surya antara 6)

3) of: tusnita? Van den Wortel: tus- "tot rust komen"; 4) Duidelijker ware geweest: krurarupa, "wreed van gestalte"; 5) ma-carira is Indonesisch, niet Sanskriet; laat men echter ma- weg, dan is er één lettergreep te weinig, oorspronkelijk moet er dus nog een syllabe na Wisnudewa geweest zijn; 6) In beide gevallen een hiaat, toch vereist door het aantal lettergrepen. Leest men in... 'Suryanatara, dan wordt de zin niet veel duidelijker; 7) Ook: bhagawan is mogelijk

De vertaling zou ongeveer - onder alle voorbehoud - kunnen luiden:

[O? Gij?] 8) Zon, Wereldheer, God, Zon, Oog in de Drie-Wereld Poolster 9) God, grootmachtige, Brahma-Zon, Wereldheer / Heer Poolster 9), Vaste 3), Voertuig (=-Zonnewagen), verblijf van de Zon (...4), in de gestalte van een draak, belichaamde in God Wisnu / Wiens hand de zonneschijf draagt, Voertuig, belichaamd in God Wisnu / Wolk ..., wiens wezen een zwarte wolk is, wiens lichaam de regen is, luchtruim (?) / Vlammend als vuur, als Rudra in gestalte, Zon, zeer hevige Gloed / Gelukzalige, wiens innigst wezen Druwa is, Voertuig, Zon...

8) Men verkeert bij deze stawa's - zooals ze zijn overgeleverd - steeds in dubio, of alles in een vocaltief of in een nominatief staat; 9) Mogelijk is ook: "standvastige God". Echter naam- èn functiewisseling van Zon en Poolster komen wel meer voor!

2. "Waruna"-stawa

Dit loflief (stawa) is aan Waruni, "het Westen" gewijd, niet aan Waruna 14) zelf. Slechts indirect, als heer (lokapala) over deze windstreek (diç) wordt Waruna vermeld.

Om! Warunnyai! / Saliladhipataye, Rudraya Brahmabhyo namah swaha 10) / Om! Yah sah, Warunyai! Pitayai (?) Purusa babhrumayo musalaçulawajrapanaye 11) / ... [een half çloka uitgevallen] Pritiçanaya tasmai sarwatoyadhipataye namah swaha 12) / Om! Warunadiç [an]am palo, nagaphanitoyadhipa / ... pratigrhnanta (?) aghata (?) namah swaha / Om! Warunyai - - waruna pita paçcima - diçi / Bhagawan <ta?> paçcima pita pitaksa pitalohita / Om! Warunasya deçaya mahanago nama raksasa / Nawasahasrabhutasamkhya, - - - - 13) bandhamayi / Om! Waruna Paçupatiçana swaha.

10) Zonder swaha 15, met swaha 17 sylaben!; 11) 17 sylaben!; 12) Aantal sylaben - hoe ook geteld - verstoord. Bovendien is er één half-çloka (16 lettergrepen) uitgevallen; 13) Vier lettergrepen, wellicht: "saputraka"

Dit loflied is nog veel corrupter overgeleverd dan het eerste. Hiervoor zijn twee bijzondere redenen aanwezig, en wel (I) is dit een astawa aan Waruni (het Westen), doch door de Padanda's opgevat als een Waruna 14) zelf. Toch is, doordat de klank zoo goed behouden is, het origineel hier en daar te herstellen; (II) kwamen hierin veel meer "onbekende" woorden voor, zooals diça (in gen. plur.!), aghata? (zondigheid), phani (slang) enz.

14) Baruna is Skt. Waruna. Over deze godheid, die in den loop der eeuwen verschillende aspecten kreeg, zie men voor den Vedischen tijd, Oldenberg, Religion des Veda (1917) p.178-186, 200-202; voor het sanskrit epos, Mahabharata II, 9; V. 98: XII, 122 en Ramayana VII, 3, 23; men zie ook nog de Çunahçepa-legende, bv. Aitareya-Brahmana VII, 13-18; voor Bali "The Netherlands Indies" van 16 Nov. 1935 (Sketches of Bali, Chapter III, p.523).

Een vertaling wordt nog moeilijker:

Om! hulde aan Waruni (Het Westen) / Aan den Heer der Wateren, aan Rudra, aan de Brahma's (?) hulde / Om! Yah sah, Aan Waruni, aan de Gele 15). ..... 16), uit geelbruin bestaande (?) die in zijn hand de knots, de spies en de wajra houdt, [hulde] / .... [een halfçloka uitgevallen] / Aan den Heer der Gelukzaligheid, aan hem, den Vorst van alle wateren, hulde / Om! Heerscher over de gebieden van Waruna, vorst over draken, slangen en het water, [volgt een volkomen onbegrijpelijke kwart-çloka] ..., die de zondigheid in ontvangst neemt 17), hulde / Om! Aan het Weste, - - Waruna (?), geel, west ... gebied. Heer West, geel, geeloogig, gele Slangenvorst 18) / Om! Aan het gebied van Waruna; de Demon, genaamd de Groote Draak, De groep van negenduizend demonen, [met hun kroost] tot één verbonden / Om! Waruna, Heer [van] Paçupati, hulde.

Dr. R. Goris

15) Geel is inderdaad de kleur van het Westen (zie Goris in DJÅWÅ VIII (1928), p.45-46 en in Mededelingen Kirtya afl.3, p.47; 16) Wat purusa "man, mensch" hier betekent, is niet duidelijk; 17) Als het inderdaad aghata (van agha, zondig) is. Het is bekend, dat Waruna speciaal de bestraffer (èn vergever) van zonden is; 18) Lohita wordt opgegeven als "serpent-demon".

Karya Nangluk Merana (Bali Post, 14 September 2007)

Klungkung - Penyebaran virus flu burung yang making menjadi-jadi di Bali memakan korban manusia, mangharuskan dilakukan penyeimbangan alam mikro dan makrokosmos. Terkait dengan itu, pemerintah Propinsi Bali menggelar Karya Nangluk Merana Peneduh Jagat di dua pura khayangan jagat sesuai konsep nygara gunung, yakni di Pura Besakih dan Pura Watu Klotok. Karya peneduh rencananya digelar Kamis (20/9) mendatang. Kadisbudpar Nengah Wijana yang didampingi Seksi Upakara Dewa Ketut Soma menjelaskan keputusan digelar upacara peneduh, merupakan keputusan Gubernur Bali Dewa Made Beratha bersama sulinggih se-Bali dalam paruman yang digelar beberapa waktu lalu. Khusus warga yang memelihara ternak, diimbau untuk mohon tirta pemarisudha patikawenan di Pura Watu Klotok terhitung mulai Kamis (10/9) hingga Minggu (23/9). Ida Batara tirta nyelar tiga hari. (kmb20)

Klungkung - The widespread bird flu virus in Bali, which has given rise to human casualties, is reason to organise the balancing of the micro and macro cosmos. In relation to this, the Provincial Government of Bali is organising the ceremony of Nangluk Merana Peneduh Jagat at two temples in accordance with the concept of 'nygara gunung', in the temples of Besakih and Watu Klotok. The ceremony of 'peneduh' is scheduled for 20 September. Kadisbudpar Nengah Wijana, accompied by Seksi Upakara Dewa Ketut Soma explains that organising this ceremony is the decision of Bali Governor Dewa Made Beratha together with the 'sulinggih' of the entire island of Bali during the paruman (assembly) that was staged some time ago. It concerns particularly the livestock breeders. They are called on get holy water 'tirta pemarisudha patikawenan' at Pura Watu Klotok starting Thursday 10 September until Sunday 23 September. The ceremony of collecting holy water lasts for three days (by kmb20).

Source

  • Kaaden, W.F. van der – Nangkloek Merana in Gianjar, in: DJÅWÅ, Tijdschrift van het Java-Instituut, onder redactie van R.A. Prof.Dr. Hoesein Djajadiningrat, J.Kats, S. Koperberg en M. Soeriadiradja, Redactie-Secretaris: Dr.Th.P.Galestein, Zestiende jaargang, Java-Instituut, Jogjåkartå, (Java), N.O.I., 1936
  • Karya Nanguk Merana - Bali Post (by kmb20), 14 September 2007

This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it. research: Godi Dijkman http://guidomansdijk-talen.nlsocial facebook box white 24