Ficus identification (various, 2015)

Below article is an attempt at identifying Ficus species in Nusa Penida. This list is based on the Ficus species found in Indonesia as described by Dutch botanist Karel Heyne (De Nuttige Planten van Indonesië, The Useful Plants of Indonesia, 1950), because from his collection at least some of the described species can theoretically be found there. Of course, Heyne must have omitted Ficus species with no specific benefit for humans in this list. Therefore, additional information on the Ficus species is provided by Margaret Barwick (2004) and other reliable sources. The Plant List (www.theplantlist.org) serves as arguably the most scientific database for nomenclature, retrieved October 2015. All synonyms, be they accepted, illegitimate, in review or unresolved, are given below according to this list. Please, refer to these and other sources at the bottom of this page.

Ficus

Barwick (2004:182) describes the Ficus benjamina (Weeping Fig L. 750 spp., family Moraceae) and by extention Fucus generally.

ficus-benjamina-barwick-182(p.182) Origin: SE Asia to Australia; Height: up to 80 m (262 ft); Type: evergreen, very large foliage tree; Status: not threatened; Habitat: humid tropical forests; Growth: fast; Flowering: spring; Dry tolerance: high; Salinity tolerance: moderate; Light: bright shade or full sun; Soil: humid, fertile, deep; Nutrition: possibly a high-nitrogen fertilizer; Hazards: none; Problems: invasive roots; toxic sap; Environment: wild fruit for birds; Propagation: seeds; cuttings; layers; Leaves: simple; bright green; to 13 x 6.5cm (5.21 x 2.5 in.), ovate, glossy; with elongated drip tip; Flowers: inconspicuous, minute, unisexual; enclosed within the fruit; Fruit: a fig, to 1 x 0.8 cm (0.4 x o.j in.), berry-like; orange, pink or red; Use: large shade tree; public open space; hedges and screening; large planter; topiary; bonsai subject; Zone: 10-12

Ficus is one of the great tropical plant genera, with species varying from evergreen to deciduous, monoecious to dioecious, from giant trees to shrubs, climbers, creepers and ground covers. Many are epiphytic or 'stranglers', but they all share two factors: milky sap and bizarre flowers. Ficus benjamina, a forest giant, is deservedly popular as it is adaptable and fast growing, as well as being exceedingly elegant. Left alone, with adequate space, the Weeping Fig will develop a voluptuous, verdant crown with finely layered foliage billowing and cascading over its massive superstructure. Typical of its genus, many minute flowers are wholly enclosed inside a fleshy receptacle (the fig). They are pollinated by tiny wasps that enter through a special hole at the base of the fruit to lay eggs in the special 'gall flowers' within; eventually, the pupae feed on the ovaries. The staminate Ficus flowers are timed to open just as the male and female wasps emerge from their pupae. The wasps mate, and emerge from the fruit covered in pollen. F. benjamina may begin life as an epiphyte but, in fact, the lack of its wasp pollinators in many regions leaves the fruit infertile - fortunately for environmentalists. This species does not develop aerial roots like the Banyan Fig, only fine, wire-like, rusty red strings (usually easy enough to remove) from its lower limbs. Its subterranean roots, however, are extensive, both above and below the ground, and very invasive as they seek out water sources, causing problems with plumbing pipes and swimming pools and causing heave to driveways and the foundations of buildings. There are many superb cultivars including: 'Exotica', a refined form with a strongly weeping habit, leaves long-pointed with twisting tips; 'Golden King', habit pyramidal, tall, narrow; 'Rysenhout', branches. Note: many species of Ficus have proved invasive in some regions.


Ficus adolphi-friderici (MILDBR., 1911) - Heyne: Ficus alba

Synonyms (The Plant List): Ficus aechmophylla Summerh.; Ficus aegeirophylla (Miq.) Miq.; Ficus aequatorialis Dugand; Ficus afeelii Kunth & C.D.Bouché; Ficus affinior Griff. Ficus affinis Wall. ex Kurz; Ficus afghanica (Popov) Drobow; Ficus afghanistanica Warb.; Ficus africana Miq.; Ficus afzelii G.Don [Invalid]; Ficus aganophila Hutch.; Ficus agapetoides Diels; Ficus agapetoides var. solomonensis Corner; Ficus aggregata Vahl; Ficus aguaraguensis Vázq.Avila; Ficus agusanensis Elmer [Invalid]; Ficus ahernii Merr.; Ficus ajajuensis Dugand; Ficus akaie De Wild.; Ficus alba Reinw. ex Blume; Ficus alba var. gossypina (Wall. ex Miq.) Kuntze; Ficus alba var. mappan (Miq.) Miq.; Ficus alba var. nudinervis Kuntze

Heyne, 1950:567 - English summary: Ficus alba Reinw. (Sunda. Hambèrang lalaki, Hambèrang leutik, Seuhang; Jav. Kebak, kebek; wood not strong, produce rice spoons; latex possibly in batik industry; leaves used as horse fodder.

Original Dutch text (Heyne, 1950:567): Ficus alba reinw. (F. nivea bl.)

Volksnamen: Bat.: Modang soesoe (toba) - Soend.: Hambèrang lalaki, H. leutik, Seuhang - Jav.: Kebak, Kebek, K. berang.

Hout: Kleine boom van de Archipel, op Java beneden 1700 m in sommige streken zeer algemeen. Het hout* wordt als te klein en te weinig duurzaam niet gebruikt; op de Tengger echter zou het bij uitstek geschikt worden geacht voor rijstlepels en de boom met het oog daarop zelfs worden aangeplant.

Bast: De bast wordt op het veld wel gebezigd voor het binden van de bossen padi (K. & V. - XI, bl. 256).

Melksap: Het ingedroogde melksap, dat deze soort overvloedig bevat, zou volgens Ultée (Bull, du Jardin Botanique V - 1922 - bl. 241) toepassing hebben kunnen vinden bij de batikindustrie - het is evenwel niet bekend, dat het ooit is gebruikt - omdat de vaste bestanddelen ervan voor 85 % bestaan uit tussen 53 en 60 °C smeltend was, chemisch: sterinenverbindingen van stearinezuur. Het asgehalte bedraagt 0.4 %, terwijl rubber, indien aanwezig, blijft beneden 0.25%.

Bladeren: De bladeren worden volgens een aantekening van Scheffer in Hasskarl's Nut bij gebrek aan gras als paardenvoer benut.

*) Het hout van het grote geslacht Ficus is in de regel zacht. niet duurzaam, en onbruikbaar, zelfs om te branden. Tenzij het tegendeel wordt vermeld kan worden aangenomen, dat de behandelde soort op deze regel geen uitzondering maakt.


Ficus altissima (BLUME, 1825)

ficus-altissima-lisbon-portugal-jakub303ficuds-altissima-fruiting-branches--creative-commons

Images source Ficus altissima: http://tropical.theferns.info/viewtropical.php?id=Ficus+altissima

Synonyms (The Plant List): Ficus altissima var. fergusonii King; Ficus altissima var. laccifera (Roxb.) Prain; Ficus altissima f. laccifera (Roxb.) King; Ficus alutacea Blume; Ficus alvareziana Dugand

Heyne, 1950:567 - English summary: Ficus altissima Blume (Waringin daun besar; Waringin cempedak; Varinga latifolia Rumphius; Ficus indica Lin.; Ficus involucrata BL.; aerial roots serve for 'bindwerk'; young leaves used as 'moeskruid' = potherb/vegetable.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 567): Ficus altissima BL.

ficus-altissima-strangling-lagerstroenmia-calyculata-jean-pierre-dsalbraficus-altissima-trunk--creatiev-commons

Images source Ficus altissima: http://tropical.theferns.info/viewtropical.php?id=Ficus+altissima

Volksnamen: Mal. Mol.: Waringin daoen besar, W. tjempedak. Onder de naam Varinga latifolia beschrijft Rumphius (III, bl. 127) een zeer grote, woest uitgebreide, wildgroeiende, in haar jeugd epiphytisch levende Ficussoort, die een der (verschillende) bomen is waarnaar Linnaeus zijn Ficus indica heeft opgesteld. King, de schrijver van de monographie der Ficussoorten, behoudt die naam slechts met tegenzin en K. & V. (XI, bl. 106) zeggen, dat R.'s plant veel meer overeenkomt met Ficus altissima bl. of F. involucrata bl. Ook Merrill houdt hem voor F. altissima of een zeer naverwante soort. Het nut is, zoals van verreweg het merendeel der Ficussoorten, gering. Het hout blijft lang smeulen gelijk turf en als het winddroog is vlamt het ook wel op, doch men kan het niet op een vochtige of bedompte plaats laten liggen, want dan verrot het snel en wil niet meer branden. De zeer dunne luchtwortels, die als draden van de takken hangen, zijn geschikt voor bindwerk. Uit de binnenbast maakten de Alfoeren op Halmahera hun schaamgordels en men kan er ook een geelachtig papier van vervaardigen als van Broussonetia papyrifera VENT., door hem in water te weken en dan zachtjes uit te rekken. De schors van de wortel, ineen gedraaid tot een touw van een duim dikte, levert een goede lont. De jonge bladeren worden gebruikt als moeskruid, doch die er niet aan gewend zijn klagen, dat dit het hoofd bezwaart.


Ficus ampelas (BURM.f., 1768)

Synonyms (The Plant List): Ficus ampelas K.D.Koenig ex Roxb.; Ficus ampelas var. bandana (Miq.) Miq.; Ficus ampelas f. bogoriensis Koord. & Valeton; Ficus ampelas var. bogoriensis (Koord. & Valeton) Hochr.; Ficus ampelas var. hispidula Corner; Ficus ampelas f. incrassata Hochr.; Ficus ampelas var. laevior Miq.; Ficus ampelas var. linearis Corner; Ficus ampelas f. microcarpa Hochr.; Ficus ampelas var. obversifolia Miq.; Ficus ampelas var. rugosa Miq.; Ficus ampelas var. soronensis (King) Corner; Ficus ampelas var. sublanceolata Miq.; Ficus ampla Kunth & C.D.Bouché

ficus-ampelas-01ficus-ampelas-02

Images source Ficus ampelas (ampelos): http://tropical.theferns.info/viewtropical.php?id=Ficus+ampelos

Heyne, 1950:567-8, English summary: Ficus ampelas Burm. (Mal. Hampelas, Jav. Rempelas; max 20m, diam. 50cm; root latex used fort medicinal purposes; raw leaves used as sandpaper to prepare wood for polishing.

ficus-ampelas-03ficus-ampelas-04

Images source Ficus ampelas (ampelos): http://tropical.theferns.info/viewtropical.php?id=Ficus+ampelos

Original Dutch text (Heyne, 1950: 567): Ficus Ampelas BURM.

Volksnamen. Mal.: Hampelas; Soend.: Hampelas; Jav.: Rempelas; Marind: Zèg; N. Halmah.: Somoma (Gal.); Ternate: Sosoma.

Boom: tot 20 m hoog bij 50 cm middellijn, verbreid over de gehele Mal. Archipel, op Java niet zeldzaam, doch verstrooid groeiend, beneden 1300 m; in de meeste dorpen der vlakte en lagere bergstreken vindt men enige gecultiveerde of aldaar spontaan opgeschoten en met het oog op de bladeren gespaarde exemplaren (K. &V. -XI, bl. 162).

Sap: Hasskarl (Het Nut No 6) zegt, dat de sappen op de nuchtere maag worden gedronken tegen moeilijke urinelozing. Filet (No 299) voegt daarbij diarrhee en spreekt van het (waterige, geelbruinachtige, prikkelend smakende) melksap. Ik zag een vocht inzamelen door onder een afgekapte wortel een kommetje te plaatsen.

Bladeren: De ruwe bladeren worden algemeen in gedroogde toestand gebruikt als schuurpapier. Rumphius (IV, bl. 128) zegt van zijn Folium politorium, hetwelk drie soorten omvat (volgens Merrill F. Ampelas burm., F. coronata reinw. en Ficus spec), dat de droge bladeren worden gebruikt om houtwerk glad te schuren, waardoor het gemakkelijker kan worden gepolijst. Greshoff (Plantenstoffen II, bl. 178) bevond, dat het asgehalte meer dan 1/3 van het gewicht der droge stof bedraagt.


Ficus annulata (BLUME, 1825)

ficus-annulataSynonyms (The Plant List): Ficus annulata var. biverrucella (Miq.) Miq.; Ficus annulata var. elliptica Miq.; Ficus annulata var. flavescens (Blume) King; Ficus annulata var. valida (Blume) King; Ficus anomala Merr.; Ficus anomani Hutch.; Ficus anonnifolia Zipp. ex Miq.

Image source Ficus annulata: http://tropical.theferns.info/image.php?id=Ficus+annulata

Heyne:1950:568 - English summary: Ficus annulata Blume (Sunda: Kijara kuneng; Jav. Benda ojod, Bulu, Grasak, Yuyang, Panggang, Wiyuyang; Mad. Krasak; Ficus annulata var. valida Rumphius; from roots entire doors are made; bark serves to produce ropes for fishing nets, buffalo ropes; raw young leaves are eaten as 'lalap'.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 568): Ficus annulata BL.

Volksnamen: Soend.: Kijara konèng - Jav.: Benda ojod, Boeloe, Grasak, Joejang, Panggang, Wijoejang - Mad.: Krasak.

Grote epiphyt of woudreus van Z.O. Azie, op Java voorkomend beneden 1250 m (K. & V. - XI, bl. 69).

Hout: Hasskarl (Het Nut No 512) zegt van de kijara koneng, door hem met twijfel gedetermineerd als Ficus valida bl. (= F. annulata var. valida), dat uit de wortellijsten deuren worden gekapt uit een stuk, die zeer sterk zijn en niet door boeboek worden aangetast, doch wel door witte mieren.

Bast: Onder de weinig zeggende naam teureup areuj bericht hij (No 511 en 901), dat van de geschraapte bast touwwerk wordt gemaakt voor het vervaardigen van netten, buffeltouwen, e.d.

Bladeren: de jonge bladeren worden rauw als lalab gegeten.


Ficus aspera (G. FORST., 1786)

ficus-aspera-barwick-183

Synonyms (The Plant List): Ficus aspera Forster f.; Ficus aspera var. abbreviata Miq. Synonym; Ficus aspera var. nota Blanco; Ficus aspera f. parcellii (H.J.Veitch ex Cogn. & Marchal) J.E.Burrows; Ficus aspera var. subglabra Benth.; Ficus aspera var. volubilis Blanco

Barwick, 2004:183: Image 5: Ficus aspera; (Forst. f.), (syn. F parcellii), Vanuatu (W Pacific), endemic, to 20 m (66 ft). This is the Clown Fig, either a deciduous or evergreen sp., depending on its culture. This is a fast-growing, ornamental sp. With much of its foliage spotted and splashed in variegation. With small, velvety, reddish fr. It has no aggressive roots, making it an excellent garden subject. F. aspera cvs. 'Cannonii' or 'Parcellii' are more strongly variegated. (10-12)


Ficus aurea (NUTT., 1846)

ficus-aurea-barwick-183

Synonyms (The Plant List): Ficus aurea var. latifolia Nutt.

Barwick, 2004:183: Image 6: Ficus aurea; (Nutt.), Florida, USA; W Indies, to 20 m (66 ft). Known as the Strangler Fig, this is a robust, fast-growing and aggressive sp. common in dry coast, areas. Ficus aurea is a master strangler, lodging its seed in a crotch or crevice, where it sprouts and grows, eventually enveloping its victim. The large, leathery leaves have yellow veins and petioles. The fruit is red and berry-like and is an important food for native pigeons. (10-12)


Ficus auriculata (LOUR., 1790)

ficus-auriculata-barwick-183

Synonyms (The Plant List): Ficus auriculifera Merr.

Barwick, 2004:183: Image 7: Ficus auriculata; (Lour.), (syn. Ficus roxburgbii), Himalayas to Indo-China and S China, to 12 m (39 it). Roxburgh's Fig has a low, spreading form with a superb, billowing crown of large, glossy leaves that emerge deep red. Edible (but not really delicious) figs are borne in amazing abundance on lower limbs and, fungus-like, on surface roots (inset), forming soft mounds on the ground below the tree. Young leaves are eaten in Thailand. (10-12)


Ficus benghalensis (LINN., 1753)

ficus-bengalensis-barwick-187

Synonyms (The Plant List): Ficus benghalensis var. benghalensis; Ficus benghalensis var. krishnae (C.DC.) Corner

Barwick, 2004:187: Image 24: Ficus benghalensis; (L.), (syn. Ficus indica), India and Pakistan, to 30m (100ft). Banyan Tree, the most renowned Ficus, is sacred to Hindus and famous for its monstrous, trunk-like, aerial roots, which descend to become accessory trunks (pillar roots) to support the heavy limbs on an ever-widening canopy. This established, but small specimen, at Fairchild Tropical Gardens in Miami, Florida, demonstrates perfectly the habit of this sp. Of stretching its heavy limbs and growing vertical pillar roots to prop them up. In India, one ancient tree is said to house an entire village. A 200-year-old tree in the Botanic Gardens in Calcutta, India, has a canopy covering 1.6 hectares (4 acres) with 1,000 subsidiary trunks formed from aerial roots. (10-12)


Ficus benjamina (LINN., 1767)

ficus-benjamina-tanglad-dijkman

Image: Beringin/Bingin/Banyan tree (Ficus benjamina) at Tanglad, Nusa Penida (Dijkman, July 2015)

Synonyms (The Plant List): Ficus benjamina var. benjamina; Ficus benjamina var. bracteata Corner; Ficus benjamina var. bracteata Yamazaki; Ficus benjamina var. comosa (Roxb.) Kurz; Ficus benjamina subsp. comosa (Roxb.) Panigrahi & Murti; Ficus benjamina var. comosa King; Ficus benjamina var. haematocarpa (Blume ex Decne.) Miq.; Ficus benjamina var. nuda (Miq.) M.F.Barrett; Ficus benjamina f. warringiana M.F.Barrett; Ficus benjaminea Salzm. ex Miq.; Ficus benjaminoides Corner; Ficus bennettii Seem.; Ficus bequaertii De Wild.

Margaret Barwick (2004:182) gives four pictures of this tree, not shown here, described as: Image 1: Ficus benjamina; a wide-spreading, rumbling crown of compact foliage, provides a voluminous refuge for visitors to the Royal Botanic Gardens in Sydney, Australia; Image 2: Ficus benjamina; small, berry-like figs, much sought after by birds; Image 3: Ficus benjamina; popular subject for hedging and topiary, even though it requires constant grooming; Image 4: Ficus benjamina cv. 'Variegata'; one or several vars. of variegated forms.

Heyne:1950:568 - English summary: Ficus benjamina Linn. (Jav. Waringin, previously Varinga parvifolia Rumphius; no aerial roots; apart from sacred tree on alun-alun, no economic value, said to produce 'garu' wood, = perhaps Ficus procera Reinw.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 568): Ficus Benjamina LINN.

Volksnamen op Java. Mal.: Waringin; Soend.: Tjaringin; Jav.: Waringit; de wildgroeienden dragen andere namen.

Een der de luchtwortels missende en daardoor steeds eenstammig blijvende, niet zelden op de aloen-aloen's en erven geplante, bij de bevolking hoog in aanzien staande waringinsoorten (K. & V. - XI, bl. 118), door Rumphius beschreven (III, BL. 139) onder de naam Varinga parvifolia. Uit een technisch oogpunt beschouwd is deze boom van even geringe waarde als de rest der Ficussoorten. Het hout is geschikt voor brandhout als men het met andere soorten vermengt, doch uit eerbied voor de boom wordt het op Java daarvoor slechts in bijzondere gevallen gebruikt. De in de literatuur voorkomende berichten, dat deze boom een soort garoe-hout levert, berusten op enige vage mededelingen van Rumphius, die het hoorde van Chinezen uit Bantam en er zelf weinig geloof aan sloeg.

Hasskarl (Het Nut No 314) heeft een andere Ficussoort aangewezen als leverancier van garoehout, nl. Ficus procera reinw., doch hoewel het volstrekt niet onmogelijk is te achten, dat ook in dit geslacht wel eens verharsing optreedt, past Hasskarl's beschrijving van de eigenschappen van de boom al zeer slecht bij een Ficus. Welke boom dan wel zou kunnen zijn bedoeld is een onoplosbaar raadsel, daar hij geen andere volksnamen geeft.


Ficus binnendijkii (MIQ., 1876)

ficus-binnendijkii-barwick-183

Synonyms (The Plant List): Ficus binnendijkii var. coriacea Corner ; Ficus binnendijkii var. cupulata Corner; Ficus binnendijkii var. pallescens Weiblen; Ficus binuangensis Merr.; Ficus bismarckiana Diels; Ficus bistipulata Griff.

Barwick, 2004: 183: Image 8: Ficus binnendijkii: (Miq.), (synonym Ficus longifolia), Malaya, Java and Borneo, to 30 m (100 ft). This is a delightful sp. That has recently made its debut as a house plant in garden centres. Its leathery, narrow, weeping leaves form a dense canopy in showering masses. In our photograph, it is shown planted as a lush, billowing screen. Sold variously as 'Allii', Amstell Queen', 'Mr. Longfellow' or 'Turban' in horticulture. (10-12)


Ficus callosa (WILLD., 1798)

ficus-callosa-campuhan-ubud-dijkman

Image: Ficus callosa, Campuhan bridge, Ubud, Bali (Dijkman, July 2015)

Synonyms (The Plant List): Ficus calodictya Summerh.; Ficus calodictya var. gamophylla Corner; Ficus caloneura Kurz; Ficus calophylloides Elmer

Heyne, 1950:568 - English summary; Ficus callosa Willd. (Sunda: Pangsar; Jav. Ilat-ilat(an); Bali. Laje ombe; max 27m, diam. 60-80cm; wood used for canoes, temporary house building, firewood, not very durable, also used to produce matches and boxes; in Bali the latex is used for treatment of acne: applied to acne to make them burst.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 568): Ficus callosa WILLD.

Volksnamen: Soend.: Pangsar - Jav.: Ilat-ilat, Ilat-ilatan.

Boom: meestal tot 27 m hoog en 60 a 80 cm dik, op geheel Java voorkomende in de vlakte en de lagere bergstreken, verstrooid groeiend, doch zeer algemeen.

Hout: Het hout is in grote, rechte afmetingen te krijgen; soms maakt men uit de stam kano's en hier en daar wordt het gebezigd voor de bouw van tijdelijke woningen en voor brandhout. De duurzaamheid is zeer gering (K. & V. - XI, bl. 144). Bij het in Kediri ingestelde onderzoek bleek dit hout geschikt zowel voor lucifersstokjes als voor doosjes (Teysmannia 1896, bl. 506).

Melksap: Dr Boorsma deelde mij mede, dat het melksap van deze boom op Bali, waar laje ombe heet, op puisten wordt gesmeerd, om die te doen openbreken.


Ficus carica (LINN., 1753)

Synonyms (The Plant List): Ficus carica var. afghanica Popov; Ficus carica var. caprificus Risso; Ficus carica var. domestica Czern. & Rav.; Ficus carica var. globosa Hausskn.; Ficus carica var. johannis (Boiss.) Hausskn.; Ficus carica var. longipes Bornm. ex Parsa; Ficus carica var. riparium Hausskn.; Ficus carica var. rupestris Hausskn.; Ficus carica subsp. rupestris (Hausskn.) Browicz; Ficus caricoides Roxb.

Heyne, 1950: 568-9 - English summary; Ficus carica Linn. Common or edible fig.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 568-9): Ficus Carica LINN.

Volksnamen: Vijg, Figuier, Feigenbaum, Fig tree.

De ware vijg is een subtropische plant, die echter met enige zorg hier wel wil groeien, zelfs op de kustplaatsen. In het Tijdschrift voor Land- & Tuinbouw en Boschcultuur, 2e jaargang, bl. 134 wordt bericht, dat te Djakarta de bomen welig gedijden en overvloedig grote, sappige vruchten gaven. Ook Wigman verkreeg te Bogor gunstige resultaten (Teysmannia 1902, bl. 214), tot eensklaps de stammetjes van onder tot boven warden aangetast door kleine boorkevers, zodat de boompjes afstierven. Anderen, wetend welk gevaar hier de jonge planten bedreigt, wendden het af door de stammetjes nu en dan met kopersulfaat en kalk in te smeren. W. acht vijgen de moeite van de cultuur wel waard en te Sindanglaja en Lembang ziet men ze dan ook vrij veel.* Van waar deze vijgen afkomstig zijn is niet na te gaan. Wel is bekend, dat te Tjibodas in begin 1894 jonge planten zijn ingevoerd uit Japan, blijkens het Verslag omtrent 's Lands Plantentuin (bl. 63) tegen het eind van het jaar reeds begonnen te dragen. De beide volgende verslagen brengen het bericht, dat de groei bevredigend was, doch dat de eerste vruchten flauw waren. Daarna wordt van Ficus Carica geen melding meer gemaakt.

*) De voor de bevruchting der bloeiwijzen onontbeerlijke nietige insecten - men zie Tropische Natuur 1923, bl. 129 - zijn hier derhalve ongetwijfeld in voldoende getale aanwezig.


Ficus celebensis (CORNER, 1960) - Barwick: Ficus celebica

ficus-celebica-barwick-184

Synonyms (The Plant List): Ficus celebica Reinw. ex Blume; Ficus celebica var. kunstleri King; Ficus celebica var. lanceolata Sata; Ficus celebica var. ovata Sata

Barwick, 2004:184: Image 9: Ficus celebica; (Blume, Bijdr.), (Ficus lancifolia; Ficus acuminatissima), Malaysia, Philippines, New Guinea, to 12 m (39 ft). Willow leafed Fig is a sp. Of lowland to medium elevations in thickets and forests. Its delicate, airy crown of wiry, willow-like foliage veils its slenderly branched framework, making this a most desirable sp. This tree was photographed at the Singapore Botanic Gardens. (10-12)


Ficus conocephalifolia (RIDL., 1917) - Heyne: Ficus conora King

Heyne, 1950:569 - English summary: Ficus conora King. (Ambon: Musur; Caprificus viridis major Rumphius; common around Ambon; young and red leaves are eaten raw, green speckled fruits are eaten raw and boiled.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 569): Ficus conora KING.

Volksnamen: Alf. Amb.: Moesoer.

Caprificus viridis major beschrijft Rumphius (III, bl. 152) als een overal in het Ambonse gebied voorkomende boom.

Bladeren: De jonge bladeren, die licht rood zijn, worden rauw gegeten bij bokasan en bij de vis gekookt als ander moeskruid.

Vruchten: Ook de gespikkelde, groen gekleurde vruchten, die de grootte hebben van knikkers, worden zowel rauw als gekookt gegeten.


Ficus consociata (BLUME, 1825)

Ficus-consociata-01Ficus-consociata-02

Source Ficus consociata: http://tropical.theferns.info/image.php?id=Ficus+consociata

Synonyms (The Plant List): Ficus consociata var. murtonii King; Ficus conspicabilis King'; Ficus convexa Corner; Ficus cookii Standl.; Ficus coombsii Warb.; Ficus cooperi auct.; Ficus copelandii C.B.Rob.

Heyne, 1950:569 - English summary: Ficus consociata Blume (Mal. Karet belulang; Sunda Kijara kowang; forest giant max 40m diam. 2m; very rare in Java, mostly found in Sumatra & Borneo; planted for rubber industry.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 569): Ficus consociata BL.

Volksnamen: MaL: Karèt beloelang (Benk.), K. binasah (Lamp.) - Soend.: Kijara kowang - Westerafd. v. Borneo: Kajoe ara seher, K. a. serapat - Z. & O. Afd. v. B.: Loenoek ampelas, L. tempelas.

Ficus-consociata-03

Source Ficus consociata: http://tropical.theferns.info/image.php?id=Ficus+consociata

Woudreus, tot 40 m hoog bij 2 m stammiddellijn, op Java zeldzaam (K. & V. - XI, bl. 91), op Sumatra en Borneo gevonden door Van Romburgh (Les PL a c. et à g. p., bl. 114 en Teysmannia 1899, bl. 337), die hoop koesterde, dat deze boom van betekenis zou kunnen worden voor de rubbercultuur. De in de Lampoengs daarvan gewonnen karet binasah was volgens hem vrij elastisch, doch nogal kort afbrekend. Een van daar afkomstig monster werd te Amsterdam getaxeerd op Fl.2,- per kg op een tijdstip dat Ficus elastica-rubber Fl.3. à Fl.3.50 waard was. Een onder Van Romburgh's persoonlijk toezicht in de Z. & O. Afd. v. Borneo gevelde boom leverde echter slechts 220 gram caoutchouc op en in Teysmannia 1904 (bl. 672) deelt Tromp de Haas mede, dat het product van 51/2-jarige in de Cultuurtuin gekweekte bomen voor meer dan de helft uit harsachtige stoffen bestond. In hetzelfde tijdschrift (1899, bl.358) beschreef Leembruggen de tahoi binasah als een product, dat alleen vers zweemt naar caoutchouc, doch bij indrogen kleverig wordt en vervloeit.

Uit Palembang ontving ik in 1915 materiaal van kajoe aro, geïdentificeerd met Ficus consociata bl. var. Murtonii king, die daar in het wild zo goed als niet meer voorkomt, doch in enkele streken door de bevolking op lage, moerassige terreinen werd gecultiveerd. De getah werd gewonnen op dezelfde wijze als bij Ficus elastic en gezegd te Palembang ca Fl.120,- per picol op te brengen, terwijl daarvoor in vroeger jaren Fl.250,- p.p. zou zijn betaald. Bomen van omstreeks 30 cm stamdiameter zouden tot 3 kati product per jaar opleveren.


Ficus cyathistipula (WARB., 1894)

ficus-cyathistipula-barwick-184

Accepted other name? (The Plant List): Ficus cyathistipula subsp. pringsheimiana (J.Braun & K.Schum.) C.C.Berg

Image 10: Ficus cyathistipula; (Warb.). Trop. Africa, to 15 m (50 ft). Known as Kachere, this Ficus is outstanding for its dense foliage composed of thick, narrow, polished leaves, which are clasped at the base of their petioles by prominent, rusty papery stipules. Round, warty, yellow-green fruit follow tiny greenish flowers. This ornamental sp. is without aggressive roots, and most suitable for planting as a specimen or for screening. (10-12)


Ficus dammaropsis (DIELS, 1935)

ficus-dammaropsis-campuhan-ubud-dijkman

Image: Ficus dammaropsis, Campuhan Bridge, Ubud, Bali (Dijkman, July 2015)

Synonyms (The Plant List): Ficus dammaropsis var. obtusa Corner

Barwick, 2004:184: Image 11: Ficus dammaropsis; (Diels.), New Guinea endemic, to 13 m (43 ft). The Dinner Plate Fig is a straggly branched sp. With no buttresses or aerial roots. It is grown particularly for its superb, large leaves that are deeply veined and wavy-margined; they are dull green and glabrous above, paler below, often with red veins. The fruit is large, purple and scaly. Given fertile, humid, slightly acid soil, this sp. is an outstanding ornamental. (10-12)


Ficus drupacea (THUNB., 1786) - Barwick: F. drupacea var. pubescens

ficus-drupacea-var.-pubescens-barwick-184

Synonyms (The Plant List): Ficus drupacea var. drupacea; Ficus drupacea var. glabrata Corner; Ficus drupacea var. mysorensis (B.Heyne ex Roth); Ficus drupacea var. pedicellata Corner; Ficus drupacea var. pubescens (Roth) Corner; Ficus drupacea var. subrepanda (Wall. ex King) D.Basu

Barwick, 2004:184: Image 12: Ficus drupacea var. pubescens; ([Roth.] Comer.), (syn. Ficus payapa; Ficus mysorensis), SE Asia, to 20 m (66 ft). Mysore or Brown Woolly Fig is a large, spreading, evergreen sp. that forms a thick, trunk like-mass from its main limbs, and massive, horizontal roots along the surface below. This is a very hairy sp., with buds and young twigs covered in a rusty fuzz. Ripe fruit is velvety red; abundant, in the Ieaf axils. (10-12)


Ficus edelfeltii (KING, 1887)

Synonyms (The Plant List): Ficus edelfeltii var. bougainvillei Corner; Ficus edelfeltii var. glyptoneura Diels; Ficus edulis Bureau; Ficus edulis var. attenuata Bureau; Ficus edulis var. cordata Bureau; Ficus edulis var. dentata Bureau; Ficus edulis var. elliptica Bureau; Ficus edulis var. glabrescens Bureau; Ficus edulis var. leiocarpa Bureau; Ficus edulis var. ovata Bureau; Ficus edulis var. variegata Bureau; Ficus eggersii Warb.; Ficus ehretioides F.Muell. ex Benth.; Ficus ekmanii Rossberg

Heyne, 1950:569-70: Ficus edelfeltii King. (Sunda Ki Kantè, Ki Konèng, Caliling; Jav. Truh; all over Java; forest giant max. 42m diam. 190cm; bark contains bitter, yellow latex = detrimental to mucosa or poisonous to toads; bark contains plant wax.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 569): Ficus Edelfeltii KING.

Volksnamen: Soend.: Ki kantè, Ki konèng, Tjaliling - Jav.: Troeh - Alf. Minah.: Gangai loenok (ponos.), Koekoeniran (t.l), Lilis (t.L), Sawoekow (t.l), Masaloekow (t.t.), Masamboekow (t.t.), Masawoekow (t.t.).

Woudreus, tot 42 m hoog bij 190 cm stammiddellijn, met zuilvormige, eerst zeer hoog boven de grond vertakte stam, verstrooid groeiend op geheel Java beneden 1500 m (K. & V. - XI, bl. 80).

Bast: volgens Koorders' Minahassa leverde hij voorheen op Noord-Celebes een der klederbasten.

Melksap: de bast bevat veel dun vloeibaar, fraai citroengeel, volgens K. & V. bitter en scherpsmakend, melksap, dat de slijmvliezen aantast. Greshoff (Plantenstoffen II, bl. 177) beschrijft het echter als smaakloos, met zure reactie, en bevond het sterk giftig voor padden, welke werking mogelijk wordt veroorzaakt door een giftige eiwitstof. Hij constateerde voorts de aanwezigheid van een aanzienlijke hoeveelheid plantenwas.


Ficus elastica (ROXB. ex HORNEM., 1819)

ficus-elastica-barwick-185

Synonyms (The Plant List): Ficus elastica var. belgica L.H.Bailey & E.Z.Bailey; Ficus elastica var. benghalensis Blume; Ficus elastica var. decora Guillaumin; Ficus elastica var. karet (Miq.) Miq.; Ficus elastica var. minor Miq.; Ficus elastica var. odorata (Miq.) Miq.; Ficus elastica var. rubra L.H.Bailey & E.Z.Bailey

Barwick, 2004:185: Image 13, Ficus elastica; (Roth. ex. Horn.), (syn. Ficus belgica; Ficus rubra), Himalayas to Malaysia and Java, to 60 m (197 ft). The Indian Rubber Plant is probably best known as an indoor plant but sadly, it is extinct in the wild. It has copious, gummy latex. This was the original source of rubber (hence its name), but it was superseded by Hevea brasiliensis. There are many ornamental cultivars with silver, red and variegated leaves. Inset: var. 'Rubra'. (9-12)

Heyne, 1950:570 - English summary: Ficus elastica Roxb. (Karet tree; Mal. Kajai, Karet batang, Rambung; Sunda Ki Karet, Kolèlèt; native to West Java; aerial buttressing roots.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 570): Ficus elastica ROXB.

Volksnamen: Karetboom, Caoutchouc d'Assam, Gummifeigenbaum, India rubber tree - Mal.: Kadjai, Karèt batang, Ramboeng - Soend.: Ki karèt, Kolèlèt.

De om zijn fraai gebladerte veelvuldig als sieraad gekweekte Ficus elastic in de Archipel wildgroeiend bekend van Sumatra en Java, waar hij echter reeds op het tijdstip dat men aanving hem ijverig op te sporen - met de gevolgen van dien - als leverancier van de klassieke indiarubber alleen zeer verstrooid werd aangetroffen. In de streken waar hij thuishoort, de constant vochtige, regenrijke laagvlakte van het zuidelijke deel van West-Java, moest men volgens K. & V. (XI bl. 126) vele mijlen afleggen om enige volwassen wildgroeiende individuen te vinden.

Hun aantal was zo gering, dat Koorders bij een becijfering voor Zuid-Bantam niet kwam boven 400; op geheel Noesa Kambangan werden 23 volwassen exemplaren geteld. Op Sumatra is naar alle waarschijnlijkheid de toestand niet veel gunstiger geweest en daar was de ravage door de exploitatie aangericht vast niet geringer. Reeds in 1865 werd in de catalogus der Tentoonstelling van Grondstoffen en Nijverheidsvoortbrengselen uit de Indische Archipel, gehouden te Djakarta, op bl.10 bij een monster karet uit de Lampoengs aangetekend, dat het aantal bomen jaarlijks zozeer verminderde, dat niet dan met veel moeite nog productieve exemplaren gevonden konden worden. De ramboengrubber in meer recente tijden van Sumatra uitgevoerd is dan ook stellig voor het grootste deel geleverd door gecultiveerde bomen. Als Europese cultuur is in verband met de aanzienlijk geringere opbrengsten en het optreden van plagen die plantage-cultuur hier en daar onmogelijk maakten, de india-rubber verdrongen door de pararubber. 's Lands Caoutchoucbedrijf, dat bij zijn ontstaan nu eenmaal grote aanplantingen van Ficus bezat, heeft die geleidelijk ingekrompen; blijkens het Jaarboek 1921 Dept. v. L. N. & H., bl. 74 werd de exploitatie in 1921 zelfs tijdelijk gestaakt, omdat die in verband met een grote prijsdaling niet meer loonde en het toch in de bedoeling lag de cultuur op te geven. De in 1919 door dit bedrijf verkochte ficusrubber bracht gemiddeld op (Jaarboek 1919, bl. 208) fl.1.53 (4) per kg tegen hevearubber/1.923. Op Sumatra is door de bevolking zowel uit eigen beweging als op aanbeveling van het bestuur veel Ficus aangeplant voor de invoer van de uitheemse rubberproducenten en toen de Europese cultuur nog in de windselen lag.

Aanvankelijk stelde men voor cultuur door de bevolking begrijpelijker wijze meer vertrouwen in de inheemse boom, waarvan het product geen special bereiding behoeft; men kapt de bast in en voegt twee of drie dagen later het gestolde, de wonden vullende en op onder de boom gelegde pisangbladeren gedruppelde melksap als scrap bijeen met behulp van warm water. Ficus elastica vertoont geen wondreactie gelijk Hevea, zodat de boom na elke tapping een maand of drie rust moet hebben. Ook de bevolking heeft zich thans echter van de Ficus afgewend.

Het Verslag 1919 van de Landbouwvoorlichtingsdienst, bl. 267 meldt, dat in verband met hoge caoutchoucprijzen de rubbercultuur in het Gouvernement Atjeh en Onderhorigheden weer meer belangstelling genoot; ficusrubber, die in jaren niet was verhandeld, werd weer aangeboden en te Tapatoean (een der oude centra van Ficus-cultuur) liep de prijs snel op van 60 tot boven de 100 gulden per picol. Als de omstandigheden daartoe leiden benut men derhalve wat men heeft, maar aan het geven van uitbreiding aan bestaande aanplantingen denkt ook de bevolking niet. Ficus elastica heeft zijn betekenis voor de praktijk verloren.


Ficus fistulosa (REINW. ex BLUME, 1825)

Synonyms (The Plant List): Ficus fistulosa var. angustifolia Miq.; Ficus fistulosa f. benguetensis (Merr.) T.S.Liu & J.C.Liao; Ficus fistulosa var. cincta Hochr.; Ficus fistulosa var. fistulosa; Ficus fistulosa var. lucbanensis (Elmer) Corner; Ficus fistulosa var. obliqua Miq.; Ficus fistulosa var. tengerensis (Miq.) Kuntze; Ficus fitzalanii Miq.

Ficus-fistulosa-03Ficus-fistulosa-02 

Image source Ficus fistulosa: http://tropical.theferns.info/viewtropical.php?id=Ficus+fistulosa

Heyne:1950:570-1: Ficus fistulosa Reinw. (Mal. Kedebu; Sunda: Beunying; Jav. Lada, Wilada; tree shrub max 10m diam. 25cm; very common; leaves sometimes used as opium surrogate in 1913, but no effect was noticed by smoking or eating the leaves; young sprouting leaves? ('spitsen' = pointed ends) are eaten raw with rice, and also fruits.

Ficus-fistulosa-01Ficus-fistulosa-04

Image source Ficus fistulosa: http://tropical.theferns.info/viewtropical.php?id=Ficus+fistulosa

Original Dutch text (Heyne, 1950: 570-1): Ficus fistulosa REINW. (Covellia subopposita MIQ., Ficus geminifolia MIQ.).

Volksnamen: Mal.: Kedeboe (S.O.K.) - Soend.: Beunjing - Jav.: Lada, Wilada - Z. & O. Afd. v. Born.: Koedjadjing - Marind: Mbis-ambis.

Boom of boomheester, tot 10 m hoog en 25 cm dik, verbreid over Z.O. Azie, op Java in vele streken zeer algemeen, doch meestal niet gezellig groeiend (K. & V. XI, bl. 205). Boorsma ontving de bladeren als opium-surrogaat (Jaarboek 1913 Dept. v. Landb., bl. 30), hoewel van enige bedwelmende werking noch bij het roken der bladeren, noch bij inwendig gebruik van een decoct iets te bemerken valt. Hasskarl's Nut No 201 vermeldt, dat de jonge spitsen rauw bij de rijst worden genuttigd en dat ook de vruchten rauw worden gegeten.

Ficus-fistulosa-05Ficus-fistulosa-06

Image source Ficus fistulosa: http://tropical.theferns.info/viewtropical.php?id=Ficus+fistulosa


Ficus fulva (REINW. ex BLUME, 1825)

Synonyms (The Plant List): Ficus fulva Spreng; Ficus fulva Kunth & C.D.Bouché; Ficus fulva Elmer; Ficus fulva var. chrysocarpa (Reinw. ex Blume) Koord.; Ficus fulva var. minor King; Ficus fulva var. orbicularis Miq.; Ficus fulva var. rubinervia Hassk.; Ficus fulva var. timorensis Corner; Ficus fulvisemma Warb.; Ficus fulvistipula Warb. ex Glaz. [Invalid]

Heyne, 1950:571 - English summary: Ficus fulva Reinw. (Hamerang badak, Hamerang minyak, Hamerang ijo; Kuyang; Jav. Dok, Kebek, Kebek abang, Kebek abrit, Kebek lenga, Kebek lisa; max. 15m tall, diam. 25cm; common, except for Java; bark used for binding rice into bundles, latex is not used, except sometimes when dried, it's used as wax.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 571): Ficus fulva REINW.

Volksnamen: Soend.: Hamèrang badak, H. minjak, Koejang - Jav.: Dok, Kebeg, K. abang, K. abrit, K. lenga, K. lisa.

Boom: tot 15 m hoog bij 25 cm stamdiameter, op Java niet gezellig groeiend, maar in vele streken nogal algemeen.

Bast: in Zuid-Preanger dient de bast voor het binden van rijstbossen; het melksap wordt niet benut (K. & V.-XI, bl. 252).

Was: onder de naam hamèrang idjo ontving ik uit de Preanger een van deze soort afkomstig boomwas, van kleur grijsstaalblauw, hard en nogal broos, meer gelijkend op was dan het ingedikte melksap van Fucus variegata BL. Ultée bevond dan ook (Bull, du Jardin Botanique V-1922-bl.105), dat een in Oost-Java ingezameld monster voor ca 2/3 bestond uit was, chemisch: een ester (phytosterine) van stearinezuur. Volgens De Clercq (No 1465) zou het ingedroogde melksap door de bevolking veel als was worden gebruikt; het verkregen monster was echter speciaal ingezameld en ik geloof niet, dat lilin hambèrang in de tegenwoordige tijd practische waarde bezit, zelfs niet voor de volkshuishouding.


Ficus gilapong (MIQ. 1861) - Heyne: Ficus glabella

Synonyms (The Plant List): Ficus gilapong Miq.; Ficus gilletii Warb.; Ficus glabella Blume; Ficus glabella var. affinis (Wall. ex Kurz) King; Ficus glabella var. concinna (Miq.) King; Ficus glabella f. grandifolia (Miq.) Miq.; Ficus glabella var. nesophila (Miq.) K.Schum.; Ficus glabella var. papuana King; Ficus glabella var. tonkinensis Drake

Heyne, 1950:571 - English summary: Ficus glabella Blume (Jav. Bulu bras, Bulu jeraka, Bulu tambi, Ipè, Iprih, Wunut, Wuntu banyu; Mad. Ampulu; forest giant, trunk not too large in diam., one of the strangler ficus trees; in Java reasonably common up to 800m alt; roots used for medicinal purposes; Madura also called 'rasamala' and used as 'extra' in medicinal concoctions, from the Kayu rasamala incense was made in Madura; sprouting leaves of the Kijara bunut (Java, Sunda?) are eaten raw or boiled with rice.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 571): Ficus glabella BL.

Volksnamen: Jav.: Boeloe bras, B. djeraka, B. tambi, Ipè, Iprih, Woenoet, W. banjoe - Mad.: Ampoeloe.

Woudreus, met geweldig dikke stam, een der vele 'boomwurgers' uit het Ficus-geslacht, op Java verstrooid groeiend beneden 800 m (K. & V.-XI, bl. 141).

Wortels: de wortels schijnen voor geneeskrachtig te worden gehouden: zij werden mij tenminste als zodanig te Djakarta gebracht. K. &. V. delen mede, dat Vorderman deze soort op Madoera vond onder de vaste naam rasamala en voegen daarbij tussen haakjes "als bijmengsel voor medicijnen". Vorderman geeft echter in Madoerese planten (No 127) een enigszins andere voorstelling: ter hoofdplaats Sampang, zegt hij, staat een Ficus van het Urostigma-type, die daar wordt aangeduid met de naam kadjoe rasamala.

Melksap: met het melksap daarvan werd, door toevoeging van aromatische bestanddelen, reukwerk bereid voor de volkshoofden. Over hetzelfde product sprekende zegt hij in Teysmania 1894, bl.Ill, dat die getah rasamala in geen enkel opzicht gelijkt op de vloeibare storax, maar een kneedbare, vettige zwarte massa vormt, met een reuk die meer aan een kappersborstel herinnert. Voorts melden K. & V., dat Teysmann aantekende, dat bij Solok (Pad. Bovenl.) het melksap een sort van rubber, getah kadjai, geeft. Mogelijk berust dat op omwisseling met Ficus elastica, mogelijk ook niet, want in Zuid-Sumatra is inderdaad het melksap wel gebruikt voor het vervalsen van latex van Apocynaceae, die lianenrubber leveren.

Bladeren: Hasskarl's Nut No 513 zegt van de kijara boenoet, dat de jonge spruiten rauw of gekookt bij de rijst worden gegeten, wat mij te Bogor werd bevestigd.


Ficus globosa (BLUME, 1825) - Heyne: Ficus glomerata

Synonyms (The Plant List): Ficus globosa Blume; Ficus globosa Miq.; Ficus globosa var. manok (Miq.) King; Ficus glochidiifolia Hayata; Ficus glomerata Roxb.; Ficus glomerata Blanco; Ficus glomerata var. chittagonga (Miq.) King; Ficus glomerata var. elongata King; Ficus glomerata var. miquelii King; Ficus glomerata var. mollis (Miq.) King

Heyne, 1950:571-2- English summary: Ficus glomerata Roxb. var. Ficus lucescens Blume (Sunda: Lowa, Jav: Lo; Madura: Arah; max. 20m high diam. 1,50m; forest giant especially in Central and East Java up to 900m alt., growing on river shores; wood is course in structure and red in colour, not durable, used as firewood and perhaps to produce wooden dishes etc.; bark is used in traditional medicine; leaves are eaten in case of poisoning with Kecubung (Datura fastuosa); decoction of leaves and fruits would cure diarrhoea; figs grow on the trunk and older branches, close to the ground, are vaguely sweet, eaten raw.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 571-2): Ficus glomerata ROXB. var. (F. lucescens BL.).

Volksnamen: Soend.: Lowa; Jav.: Lo; Mad.: Arah

Boom: soms niet ver boven 20 m hoog en 1.50 m dik, soms een woudreus, op Java in de regel verstrooid groeiend, doch daar, vooral in Midden- en Oost-Java, beneden 900 m zeer algemeen aan de oevers van beken.

Hout: Het hout wordt, als te weinig duurzaam en te grof, door de bevolking slechts voor brandhout gebezigd (K.&V.-XI, bl.269). Hasskarl (Het Nut No 689) zegt insgelijks, dat het is licht en grof, rood van kleur, doch dienstig voor het vervaardigen van houten schotels en dergelijk gerei.

Bladeren: aan de schors wordt geneeskracht toegeschreven: voorts worden de bladeren volgens Scheffer gegeten bij vergiftiging door ketjoeboeng (Datura fastuosa), terwijl een afkooksel van bladeren en vruchten heilzaam zou zijn bij buikloop.

Vruchten: de vijgen, die aan de stam en de oude takken groeien - veelal is de stam tot vlak bij de grond met vijgbundels bezet - zijn flauwzoet maar niet onsmakelijk, beter in elk geval dan de meeste andere wilde vijgsoorten. Zij worden door de bevolking rauw gegeten (K.&V.) en ook op de pasars wel eens verkocht.


Ficus hirta (VAHL, 1805)

Synonyms (The Plant List): Ficus hirta var. appressa Corner; Ficus hirta var. brevipila Corner; Ficus hirta var. dumosa (King) Corner; Ficus hirta subsp. dumosa (King) C.C.Berg; Ficus hirta var. hibiscifolia (Champ. ex Benth.) Chun; Ficus hirta var. imberbis Gagnep.; Ficus hirta var. integrifolia Miq.; Ficus hirta var. malayana Corner; Ficus hirta subsp. ochracea C.C.Berg; Ficus hirta var. palmatiloba (Merr.) Chun; Ficus hirta var. roxburghiana A.M.Cowan & Cowan; Ficus hirta var. roxburghii King 

Heyne, 1950:572 - English summary: Ficus hirta Vahl. (Sunda: Amis mata munding, Bisoro, Gegadangan, Kakalapaan, Sisi samping; shrub max 2m high, few branches; West Java op to 600m alt. along coast and secondary forest; leaves are favourite goat fodder; fruits are eaten by children; plants may bear fruit at mere 50cm high.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 572): Ficus hirta VAHL.

Volksnamen: Mal. Bangka: Pelampan, Tandoe; Soend.: Amis mata moending, Bisoro, Gegadangan, Kakalapaan, Sisi samping

Opgerichte, weinigstammige heester, tot 2 m hoog, in West-Java van de laagvlakte tot ± 600 m zeehoogte groeiend in struikwildernissen en jong secundair bos (K.&V.-XI, bl.250). Het loof is een zeer gewild voer voor geiten en de jonge vruchten worden door de kinderen gegeten; de planten beginnen reeds te dragen als zij nauwelijks 50 cm hoog zijn.


Ficus hispida (L.f., 1782)

Synonyms (The Plant List): Ficus hispida Blanco; Ficus hispida var. badiostrigosa Corner ; Ficus hispida f. borneensis Miq.; Ficus hispida var. hastata Blanco; Ficus hispida var. incana Kuntze; Ficus hispida var. linearis Blanco; Ficus hispida f. obovifolia Hochr.; Ficus hispida var. odorata Blanco; Ficus hispida var. viridis Kuntze; Ficus hispidioides S.Moore; Ficus hispidissima Wight ex Miq.; Ficus hispidulosa Elmer; Ficus hochstetteri A.Rich.; Ficus hochstetteri var. glabior Miq.; Ficus hoffmannii Warb.; Ficus hollrungii K.Schum. & Lauterb.; Ficus hololampra Diels 

Heyne, 1950:572 - English summary: Ficus hispida Linn. (Mal. Leluwing; Sunda: Bisoro; Jav. Luwing; max 17m high diam. 40cm; common in Java beneath 1000m: leaves contain poisonous alkaloids, although latex seems harmless; in Bantam used to cure 'sakit bebelak', an affliction whereby foot soles show painful crevices; used to cure diarrhoea and painful urinating; ripe fruits are generally eaten, but apparently poisonous; the insides of the figs in Jakarta are used to make 'manisan' by Chinese women; mixed with 'dedek' it is fed to ducks to stimulate egg-laying; used against warts; figs are used mixed with 'adas', red unions, and 'Turi putih' (Sesbania) and chewed and applied to warts.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 572): Ficus hispida LINN.

Volksnamen: Mal.: Leloewing (Djak.); Soend.: Bisoro; Jav.: Loewing

Boom: tot 17 m hoog bij 40 cm stammiddellijn, op Java bijna overal beneden 1000m voorkomend, niet gezellig groeiend, doch veelal zeer talrijk (K.&V.-XI, bl.208). In de bast, in geringer hoeveelheid ook in de bladeren, vond Greshoff (Plantenstoffen II, bl. 179) een weinig of niet giftig alkaloid

Melksap: terwijl het melksap hem volkomen onschadelijk bleek. In Bantam wordt dit volgens K.&V. uitwendig gebruikt tegen sakit bebelak, een ziekte waarbij in de voetzolen pijnlijke scheuren ontstaan; volgens anderen (Hasskarl, Scheffer) wordt het bij diarrhee en pijnlijke urinelozing ingenomen.

Vruchten: de rijpe vruchten worden wel eens door de bevolking gegeten (K.&V.); herhaaldelijk werd mij evenwel te Djakarta verzekerd, dat zij duizeligheid veroorzaken en in de Indische Vergiftrapporten (No 68) worden zij giftig genoemd. Op Djakarta maken echter de Chinese vrouwen een manisan van de vijgwanden. Scheffer tekende in Hasskarl's Nut bij No 177 o.m. aan, dat de vruchten, vermengd met dedek, aan de eenden worden gegeven om het eierleggen te bevorderen. Jasper (Geneeskrachtige planten) deelt mede, dat men ze aanwendt tegen wratten; de vijgen worden met adas, rode uien en de bladeren van toeri poetih (Sesbania) gekauwd en dan op de wratten gelegd.


Ficus indigofera (RECH. 1912) - Heyne: Ficus infectoria

Synonyms (The Plant List): Ficus infectoria Willd.; Ficus infectoria Roxb.; Ficus infectoria (Miq.) Miq.; Ficus infectoria var. aegeirophylla (Miq.) Miq.; Ficus infectoria var. caulocarpa (Miq.) King; Ficus infectoria var. cunninghamii (Miq.) Domin; Ficus infectoria var. forbesii King; Ficus infectoria var. fraseri (Miq.) Domin; Ficus infectoria var. lambertiana (Miq.) King; Ficus infectoria var. psychotriifolium (Miq.) Domin; Ficus infectoria var. wightiana (Wall. ex Miq.) King; Ficus infrafoliacea Buch.-Ham. ex Sm.

Heyne, 1950:572 - English summary: Ficus infectoria Roxb. (Sunda: Ki Pura; Jav. Apa; 'variable' forest giant, no use known on Java; In Minahasa, the variety Caulocarpa King it is said that the red-brownish pulvarised bark was used in clothing and raw material for ropes.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 572): Ficus infectoria ROXB.

Volksnamen: o.a. Soend.: Ki poera; Jav.: Apa

Zeer variabele woudreus van de Archipel, voornamelijk voorkomende in de benedenlanden, met talrijke, weinig karakteristieke namen. Op Java is er geen nut van bekend (K.&V.-XI, bl.136). Van de varieteit caulocarpa king deelt Koorders' Minahassa mede (bl. 603), dat de roodbruine geklopte bast in vroeger tijden op Noord-Celebes voor kleding diende; er wordt ook grof touw van gedraaid.


Ficus lyrata (WARB., 1894)

ficus-lyrata-barwick-185

Synonyms (The Plant List): Ficus mabifolia Warb.

Barwick 2004:185: Image 14: Ficus lyrata; (Warb. Ex De Wilde, and Durand), (syn. Ficus pandurata), Trop. W and C Africa, to 12 m (39 ft). Fiddle leaf or Banjo Fig, a popular indoor plant, is named for its large, undulate, lyrate or fiddle-shaped leaves. As a garden specimen, it forms a handsome, rounded, very coarse-textured crown and has no aggressive roots, although the fleshy feet may prove a nuisance. This sp. is xerophytic and reasonably slow growing. (10-12)


Ficus macrophylla (DESF. ex PERS., 1807)

ficus-macrophylla-barwick-185

Synonyms (The Plant List): Ficus macrophylla Roxb. & Buch.-Ham. ex Sm.; Ficus macrophylla subsp. columnaris (C.Moore) P.S.Green; Ficus macrophylla f. columnaris (C.Moore) D.J.Dixon; Ficus macrophylla var. pubescens F.M.Bailey; Ficus macrophylla f. stenophylla Domin; Ficus macropoda Miq.; Ficus macropoda Kurz; Ficus macropodocarpa H.Lév. & Vaniot

Barwick, 2004:184: Image 15: Ficus macrophylla; (Desf. ex Pers.), (syn. Ficus macrocarpa). NSW and Qld, Australia, to 55m (180 ft). Moreton Bay Fig is a very large Ficus that forms a heavy crown over a relatively short, stout trunk. If given shelter it may grow to elevations up to 2,000m (6,562 ft). Fr. is a favourite of Australia's fruit-eating bats, which infest the trees and scatter the fruit to rot (and smell) during the fruiting season. Photographed in Brisbane, Qld. (9-12)


Ficus melinocarpa (BLUME, 1825)

Synonyms (The Plant List): Ficus melinocarpa Blume; Ficus melinocarpa f. glabrior Miq.; Ficus melinocarpa var. hololampra (Diels) Corner; Ficus melleri Baker ; Ficus melocarpa Warb. 

Heyne, 1950:572 - English summary: Ficus melinocarpa Blume (Sunda: Darangdan, Hampelas, Hampelas tangkal; Jav. Pelas, Rempelas, Rempelas bawang, Wiladan; max 30m high, diam. 1m; rather rare tree of lowland forests; leaves come in rather different form compared to Ficus Ampelas, used as sandpaper.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 572): Ficus melinocarpa BL.

Volksnamen: Soend.: Darangdan, Hampelas, H. tangkal; Jav.: Pelas, Rempelas, R. bawang, Wiladan

Tot 30 m hoge, 1 m dikke, verstrooid groeiende, nogal zeldzame boom van de laagvlakte. De bladeren, die veel groter en anders gevormd zijn dan die van Ficus Ampelas BURM., worden soms als schuurpapier gebruikt (K.&V.-XI, bl.159).


Ficus minahassae (TEIJSM. & VRIESE; MIQ., 1867)

Synonyms (The Plant List): Ficus minahassae (Teijsm. & Vriese) Miq.; Ficus mindanaensis Warb.; Ficus mindoroensis Merr.; Ficus minutaefolia Posada

Heyne, 1950: 572-3 - English summary: Ficus minahassae MIQ (Minah. Mahangkussei, Tambing-tambing, Weren Kusé, Langusei; max.13m high, found in Minahasa from 50-700m alt.; in North Sulawesi used for traditional clothing where nowadays bark is used for production of rope.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 572-3): Ficus Minahassae MIQ.

Volksnamen; Alf. Minah.: Mahangkoesei (bent.), Tambing-tambing (ponos.), Weren koese (t.L), Langoesei (t.t.)

Boom: tot 13 m hoog, in de Minahassa gevonden tussen 50 en 700 m zeehoogte (koorders' Minahassa). Hij leverde indertijd een der klederbasten op Noord-Celebes de bast dient thans wel als grondstof voor touw.


Ficus myiopotamica (C.C.BERG, 2003) - Heyne: Ficus myriocarpa

Synonyms (The Plant List): Ficus myriasycea Pittier; Ficus myriocarpa Miq. ; Ficus myrmecophila Warb.; Ficus myrmekiocarpa Summerh.; Ficus myrtifolia Link; Ficus mysorensis B.Heyne ex Roth; Ficus mysorensis Roth ex Roem. & Schult.; Ficus mysorensis var. dasycarpa (Miq.) M.F.Barrett; Ficus mysorensis f. parvifolia Miq.; Ficus mysorensis var. pubescens Roth ex Roem. & Schult.; Ficus mysorensis var. subrepanda Wall. ex King; Ficus myxifolia Kunth & C.D.Bouché ; Ficus nagayamae Yamam.; Ficus namalalensis Hutch. 

Heyne, 1950: 573 - English summary: Ficus myriocarpa Miq (North Halmehera: Ngèsèso; Ternate: Gososo; max 13m hight diam. 25cm; curved trunk and small crown; in Ternate found up to max 500m alt.; in Ternate: water source as large roots are cut cross-wise producing water for six weeks, water is boiled before consumption, initially causing stomach ache, but it seems an aquired taste (one gets used to it); Halmahera: bark of trunks less than 2cm are used to produce 'kakoja' mats; In Larantuka (Flores): latex by incisions of the bark of the 'tata' = Ficus myriocarpa is poisonous, wound inflicted by arrows applied with this latex are reported to be lethal.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 573): Ficus myriocarpa MIQ.

Volksnamen: N. Halmah.: Ngeseso (Gal.), Ngeheho (Tob.); Ternate: Gososo

Boom: 13 m hoog en 25 cm dik, met hoekige, bochtige stam en kleine kroon, op Ternate verstrooid groeiend aangetroffen beneden 500 m zeehoogte. Mij werd van daar bericht, dat bij het in de droge tijd optredende watergebrek de gososo uitkomst geeft. Men kapt een grote wortel schuin af en daar loopt dan een ongeloofijke hoeveelheid vocht uit; door elke dag een schijfje af te snijden zou die stroom 1 à 1,5 maand worden bestendigd. Het water wordt gekookt gedronken; aanvankelijk zou het wat buikpijn veroorzaken, doch bij voortgezet gebruik zou men eraan wennen.

Bast: op Halmahera wordt de bast van stammetjes niet dikker dan een duim gebruikt voor het rijgen van kakoja-matten.

Melksap: in Indische Vergiftrapporten wordt onder No 92 gemeld uit Larantoeka, dat het door insnijden van de stam van de tata (dat zou zijn Ficus myriocarpa) verkregen vocht giftig is. Wonden toegebracht met pijlen of andere wapens en met kogels, die met dit sap enige keren zijn ingesmeerd, zouden dodelijk zijn.


Ficus natalensis (HOCHST., 1845)

ficus-natalensis-barwick-185

Synonyms (The Plant List): Ficus natalensis subsp. leprieurii (Miq.) C.C.Berg; Ficus natalensis var. pedunculata SimFicus natalensis var. puberula Warb.; Ficus naumannii Engl.; Ficus nautarum Baker; Ficus ndola Mildbr.; Ficus neapolitana Miq.; Ficus neglecta Decne.; Ficus nekbudu Warb.; Ficus nemoralis Wall. ex Miq.; Ficus nemoralis var. fieldingii (Miq.) King; Ficus nemoralis var. gemella (Wall. ex Miq.) King; Ficus nemoralis var. trilepis (Miq.) King; Ficus neobritannica Corner; Ficus neoehudarum Summerh.; Ficus neoesquirolii H.Lév.; Ficus nepalensis Spreng.; Ficus nepalensis Blanco

Barwick, 2004: 185: Image 16: Ficus natalensis; (Hoscht.), (syn. Ficus triangularis), to 30m (100 ft), Trop. and S Africa. Natal Fig is an epiphytic or terrestrial shrub or tree and may sometimes become a strangler. Popularly grown for its thick, leathery, triangular-shaped leaves, held in whorls resembling 4-leafed clovers. They have no visible veins on the upper surface but are paler below with pinkish midribs. Ornamental, berry-like feet ripens rusty brown and is eaten by birds. (9-12)


Ficus platypoda (A.CUNN. ex MIQ., 1847)

ficus-platypoda-barwick-186

Synonyms (The Plant List): Ficus platypoda var. angustata (Miq.); Ficus platypoda var. cordata Specht; Ficus platypoda var. lachnocaulon (Miq.) Benth.; Ficus platypoda var. leichhardtii (Miq.) R.J.F.Hend.; Ficus platypoda var. minor (Miq.) Benth.; Ficus platypoda var. mollis Benth.; Ficus platypoda var. petiolaris Benth.; Ficus platypoda var. subacuminata Benth.; Ficus platysycia Diels

Barwick, 2004:186: Image 17: Ficus platypoda; (A. Cunn. Ex Miq.), (syns. Ficus microphylla, Ficus rubiginosa), NSW to N Australia, to 30 m (100 ft). Rusty or Port Jackson Fig. Widespread in dry hills and coast, forests. Leaves are leathery, elliptic-oblong and rusty pubescent below. Fruit is yellow, turning to red, dotted with warts. Popular ornamental for its low-branching, fine-textured canopy and unaggressive root system. Note: a pest in some parts of Australia and New Zealand. (9-11)


Ficus pleurocarpa (F.MUELL., 1874)

ficus-pleurocarpa-barwick-186

Image 18: Ficus pleurocarpa; (F. Meull.) NE Qld., Australia, to 35m (115 ft), known as the Banana Fig, is a rainforest sp. of humid, volcanic soils; it could be mistaken for a young Ficus macrophylla with its compact, dome-like canopy. The long, ribbed, orange-yellow fleshy fruit distinguishes it and earns it its common name. These fruits are not palatable to humans but are eaten by birds and mammals. This tree was photographed in Cairns, N Qld. (10-12)


Ficus pseudopalma (BLANCO, 1837)

ficus-pseudopalma-barwick-186

Synonyms (The Plant List): Ficus pseudopyriformis H.Lév. & Vaniot; Ficus pseudoradula (Miq.) Miq.; Ficus pseudoreligiosa H.Lév.; Ficus pseudoribes Koord.; Ficus pseudorubra (Miq.) Miq.; Ficus pseudosycomorus Decne.; Ficus pseudotarennifolia Kochummen; Ficus pseudotsiela Trimen; Ficus pseudovogelii A.Chev.

Barwick 2004:186: Image 20: Ficus pseudopalma (Blanco) a Philippine endemic, to 6m (20ft). The Dracaena- or Palm-leaf-Fig is a most distinctive sp. Small, erect and pachycaul, glabrous throughout and sparsely- or un-branched. Enormous leaves to 1m (3.3 ft) are held terminally, whorled, in palm-like fashion. The oblong-ovoid, ridged fruit is greenish purple, spotted white. Photographed at Fruit and Spice Park in Homestead, S Florida,. (10-12)


Ficus pubilimba (MERR., 1942) - Heyne: Ficus pubinervis

Synonyms (The Plant List): Ficus pubilimba var. ovata Corner; Ficus pubinervis Blume; Ficus pubinervis Decne.; Ficus pubinervis var. cuneatonervosa (Yamam.) S.S.Ying; Ficus pubinervis var. diandra Corner; Ficus pubinervis f. sibulanensis (Elmer) Sata; Ficus pubinervis var. sibulanensis (Elmer) Corner; Ficus pubinervis var. teysmannii King

Heyne, 1950: 573 - English summary: Ficus pubinervis Blume (Jav. Kajeng sampean; Sumba: Harama jara; forest giant, found on Java beneath 700m alt., rather common around Banywangi used for construction/building material, wood is not very durable.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 573): Ficus pubinervis BL.

Volksnamen: Jav.: Kadjeng sampéjan; O. Soemba: Harama djara

Woudreus: op Java gevonden beneden 700 m, verstrooid groeiend, in Banjoewangi echter niet zeldzaam en daar soms voor huisbouw gebezigd.

Hout: het hout staat evenwel bekend als niet duurzaam (K.&V.-XI, bl.77).


Ficus quercetorum (Corner, 1961) - Heyne: Ficus quercifolia

Synonyms (The Plant List): Ficus quercifolia Blume; Ficus quercifolia Roxb.; Ficus quercifolia var. aspera Koord. & Valeton; Ficus quercifolia var. humilis (Roxb.) King; Ficus quercifolia var. inconstans (Miq.) Ridl.; Ficus quibeba Welw. ex Ficalho

Heyne, 1950: 573 - English summary: Ficus quercifolia Roxb. (Lamp. Periyeh; Sunda: Amis mata, Amis panon; Jav. Uyah-uyahan; grows with one or two trunks; shrub of max. 2m high, often creeping and growing roots; Java: lowlands up to 1300m alt. along river and forest edges, also growing against well walls; common and even a pest in West Java tea plantations and hard to exterminate; dried leaves used as opium, and the rather insipid figs are eaten as candies.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 573): Ficus quercifolia ROXB.

Volksnamen: Lamp.: Perijeh; Soend.: Amis mata, A. panon; Jav.: Oejah-oejahan

Een- of meerstammig, tot 2 m lang heestertje, aan de voet dikwijls kruipend en wortelslaand, op Java van de laagvlakte tot ca 1300 m zeehoogte groeiend vooral aan beekoevers en in bosranden, ook tegen muren in putten, in het westelijke deel van het eiland algemeen, in theetuinen hier en daar zelfs een lastig onkruid vormend, doordat de plant zich in het hart der theeheesters nestelt en daar moeilijk is te vinden en uit te roeien (K.&V.-XI, bl.185). Men deelde mij mede, dat de gedroogde, onschadelijke, bladeren als opium worden gerookt (vermeerdering van het volume?); de fiauw zoete vijgen worden als snoeperij gegeten.


Ficus racemosa (LINN., 1753)

ficus-racemosa-barwick-186ficus racemosa bark polletp74

Images: (left) Barwick, 2004:186: Image 21: Ficus racemosa; (L.), (syn Ficus giomerata; Ficus vesca), Sri Lanka, S China, S and SE Asia to Australia, to 20 m (66 ft).This is a summer and winter-deciduous rami- and caulilflorus tree with spreading crown with no strangling or aerial roots, and is never epiphytic. Figs are borne in clusters on much-divided, leafless tubercle-branches; stalked, sub-globose, initially green, with white flecks, later scarlet, densely puberulent, to 4cm (1.6 in.), edible. (10-12); (right) Ficus racemosa (Pollet, 2010:74)

Synonyms (The Plant List): Ficus racemosa Willd.; Ficus racemosa var. elongata (King) M.F.Barrett; Ficus racemosa var. miquelii (King) Corner; Ficus racemosa var. mollis (Miq.) M.F.Barrett; Ficus racemosa var. racemosa; Ficus racemosa var. vesca (F.Muell. ex Miq.) M.F.Barrett; Ficus radiata Decne.; Ficus radicans Desf.; Ficus radicans Roxb.; Ficus radicans Casar.; Ficus radicans var. angulosa Miq.; Ficus radicans var. brevifolia Miq.; Ficus radula Willd.; Ficus radula (Miq.) Morong; Ficus radula Banks ex Hiern; Ficus radulina S.Watson; Ficus ralumensis K.Schum.; Ficus rama-varmae Bourd.; Ficus ramentacea Roxb.; Ficus ramentacea var. urnigera (Miq.) Backer; Ficus ramiflora Standl.; Ficus ramosii Merr. ex Sata; Ficus rapiformis Roxb.; Ficus raridens Miq.; Ficus reclinata Desf.; Ficus rectinervia Merr.; Ficus rectinervis Warb.


Ficus recurva (BLUME, 1825)

Synonyms (The Plant List): Ficus recurva Blume; Ficus recurva var. bridelioides Corner; Ficus recurva f. glabrior Miq.; Ficus recurva var. lasiocarpa Corner; Ficus recurva f. parvifolia Miq.; Ficus recurva var. pedicellata Corner; Ficus recurva var. ribesioides (Miq.) King; Ficus recurva var. urnigera (Miq.) King

Heyne, 1950: 573 - English summary: Ficus recurva Blume (Sunda: Areuy konyal; Ternate: Ciwongo; Tidore: Cinongo; high-climbing liana with branched side-roots (aerial) of 0,5cm diam.; in Ternate, the finely grounded roots and branches ('stengels') are used as surrogate for pisang; leaves of the 'akar dahara' are used against colic by the Malay.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 573): Ficus recurva BL.

Volksnamen: Soend.: Areuj konjal; Ternate: Tjiwongo; Tidore: Tjinongo

Hoogklimmende liaan met vertakte, 0.5 cm dikke, vaak luchtwortels afgevende stengel (K.&V.-XI, bl.231).

Stengels & bladeren: op Ternate worden de fijngekapte wortels en Stengels gebruikt als surrogaat voor pinang en Ridley (Mal. Geneesmiddelen, bl.17) deelt mede, dat een aftreksel van de bladeren van akar dahara door de Maleiers wordt aangewend tegen koliek.


Ficus religiosa (LINN., 1753)

ficus-religiosa-barwick-187

Synonyms (The Plant List): Ficus religiosa Forssk.; Ficus religiosa var. cordata Miq.; Ficus religiosa var. rhynchophylla Miq.; Ficus remblas Miq.

Barwick, 2004, 187: Image 22: Ficus religiosa; (L.), from India to Indo-China, to 35m (115ft). The famous Sacred Fig is a noble tree with long-petioled, poplar-like foliage and few, if any, aerial roots. Many trees have religious significance on the Indian subcontinent and Buddhists believe that Buddha attained enlightenment beneath one of these trees. They worship it and are forbidden to fell or harm any part of it. The bark is used to treat gonorrhea, and the fuit to treat asthma. (10-12)


Ficus ribes (REINW. ex BLUME, 1825)

Synonyms (The Plant List): Ficus ribes Reinw. ex Blume; Ficus ribes var. cuneata (Miq.) Corner; Ficus ribes var. serraria (Miq.) Corner; Ficus ribes f. stenophylla Corner; Ficus ribesioides (Miq.) Wall. ex Miq.

Heyne, 1950: 573-4 - English summary: Ficus ribes Reinw. (Sunda: Walèn; Jav. Kopèng, Prèhl Madura: Ampèrè; max 15m high diam. 30cm; in Java often found between 100-1500m alt., common in mountainous forests; in the absence of sirih, bark and leaves are chewed; in the Preanger (Garut) it was used for medicinal purposes, as extract 'gambir utan' enjoyed fame as medicine against malaria, probably due to the tannins, not affecting malaria at all; further confusion as to its use as a surrogate to 'gambir' arises in Borneo re. Euphorbiacaea trigonopleura malayana Hook; not found in Borneo.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 573-4): Ficus Ribes REINW.

Volksnamen: Soend.: Walen; Jav.: Kopeng, Preh; Mad.: Ampèrè

Tot 15 m hoge en 30 cm dikke boom (meestal echter van geringer afmetingen), op Java voorkomend tussen 100 en 1500 m zeehoogte, in bergbossen vaak zeer algemeen (K.&V.-XI, bl.201).

Bast & bladeren: De bast en de bladeren worden bij gebrek aan gambir in plaats daarvan bij de sirih gekauwd (Hasskarl, Het Nut No 902). Het schijnt, dat die bast in de Preanger Regentschappen oorspronkelijk is gebruikt ook als geneesmiddel: tenminste, Vorderman (Geneesmiddelen II) vermeldt hem als zodanig van Garoet. Een extract eruit heeft een tijd lang onder de naam gambir oetan een grote reputatie genoten als middel tegen malaria en wordt nog steeds als zodanig in de Indon. couranten geadverteerd. De vaak zeer gunstige resultaten ermee bereikt, waarvan o.m. de not op bl.127 van Greshoff's Schetsen gewaagt, zijn naar alle waarschijnlijkheid toe te schrijven aan de werking van de daarin voorkomende looistof op de spijsverteringsorganen. Het ophouden der koortsen zou dan slechts een secundair verschijnsel zijn, de bast de koorts zelf niet aantasten. Dat inderdaad gambir oetan op de malariaparasieten generlei invloed uitoefent werd aangetoond door Kiewiet de Jonge in het Geneeskundig Tijdschrift v. N.I. 1903, bl.281. Daar de te hoog opgedreven verwachtingen die men van de bast koesterde als specifiek geneesmiddel tegen koortsen niet verwezenlijkt konden worden, is men als gewoonlijk vervallen in het andere uiterste en daalde dit, blijkens de verkregen resultaten in gevallen waarin de grondoorzaak klaarblijkelijk een buiklijden is, zeer heilzame middel weer af tot de staat van verachte obat, waar geen europees geneesheer naar omziet. De analyse (Boorsma: Plantenstoffen I, bl.66) toonde de aanwezigheid van geen andere werkzame stof aan, noch in de bast, noch in de bladeren.

De berichten, dat op Borneo uit de bladeren een vervangmiddel voor gambir wordt bereid berusten op uit overeenkomst van volksnamen voortspruitende verwarring met de Euphorbiaceae Trigonopleura malayana HOOK. f. Ficus Ribes wordt voor Borneo niet opgegeven en is van daar ook niet vertegenwoordigd in het Bogorse Herbarium.


Ficus roraimensis (C.C.BERG, 1986) - Heyne: Ficus rostrata

Synonyms (The Plant List): Ficus rostrata Lam.; Ficus rostrata var. urophylla (Wall. ex Miq.) Valeton

Heyne, 1950: 574 - English summary: Ficus rostrata Lamk = Ficus obtusidens Miq (Mal. Gagaremam, Sipadi; Minangkabau: Kurèh taji; Sunda: Amis panan piit, Darangdan, Darangdan beunyir, Darangdam beureum, Kijara konèng, Pèèr; Jav. Uyah-uyahan, Seprèh; Minahasa: Tambun, Apolos kahuyangan, Siksik, Pahanap rintek, Rupet, Warimbing rinrek, Paayap, Rupet rintek; Makassar: Tambung-tambung; shrub max. 6m high, half-epyphytic and climber, rarely growing on its own, in the west of the island (?) in lowlands up to 700m alt.; ripe, reddish figs, measuring a pea of diam. 5-8mm are said to be quite tasteful.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 573-4): Ficus rostrata LAMK (F. obtusidens MIQ.)

Volksnamen: Mal.: Gagareman (Depok), Sipadi (S.W.K.); Minangk. Koereh tadji; Soend.: Amis panon piit, Darangdan, D. beunjir, D. beureum, Kijara konèng, Pèèr; Jav.: Oejah-oejahan, Seprèh; Alf. Minah.: Tamboen (bent.), Apolos kahoejangan (ponos.), Siksik (t.s.), Pahanap rintek (t.L), Roepèt (t.l), Warimbing rintek (t.l), Paäjap (t.t.), Roepèt rintek (t.t.); Mak. Tamboeng-tamboeng

Tot 6 m hoge heester, meestal half epiphytisch en klimmend, zelden opgericht en alleenstaand, op Java zeldzaam voorkomend in het westelijke deel van het eiland van de laagvlakte tot ± 700 m zeehoogte (K.&V.-XI, bl.171). De in rijpe staat roodachtig gele vijgen, die de vorm hebben van een erwt van 5 tot 8 mm middellijn, worden zeer smakelijk genoemd.


Ficus rumphii (BLUME, 1825)

ficus-rumphii-nusapenida-dijkman

Image: Ficus rumphii at Banjar Bodong, Ped, Nusa Penida (Dijkman, July 2015)

Synonyms (The Plant List): Ficus rupestris Blume; Ficus rupestris Buch.-Ham. [Illegitimate]; Ficus rupestris (Hausskn. ex Boiss.) Azizian; Ficus rupicola Lebrun & Touss.; Ficus rupicola C.C.Berg & Carauta; Ficus rupium Dinter; Ficus ruspolii Warb.; Ficus ruwenzoriensis De Wild.

Heyne, 1950:574 - English summary: Ficus rumphii Blume (Mal. Kayu bodi, Kalojo; Jav, Bandira; Bal.: Ancak; Alor: Bauraja; Makassar: Kayu bodi; Buginese: Wodi; Timor: Kèka sina; Ternate: Hatè jawa; Rumphius describes it as a large Ficus species (Arbor conciliorum): women used the bark to mix it with rice Jasmin (melatih) flowers into a porridge, applied to the face and body to obtain smooth and clean skin; also, bark brew was used to loosen mucus attached inside the breast; young leaves are eaten raw and boiled, and sometime fed to animals; in Bali, the ripe brown but not ripe black figs were eaten raw and boiled to combat itchiness, fine-pounded bark would apparently have had the same effect.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 574): Ficus rumphii BL.

Volksnamen: in hoofdzaak volgens Rumphius. Mal.: Kajoe bodi, Kalodjo; Jav.: Bandira; BaL: Antjak; Alor: Bauradja; Mak.: Kajoe bodi; Boeg. Wodi - Timor: Keka sina; Ternate: Hate djawa

Als Arbor conciliorum beschrijft Rumphius (III, bl.142) een grote Ficussoort, in het Oosten van de Archipel van Java ingevoerd. De schoonste vindt men volgens hem op Java, Bali en Celebes. Op Java schijnt deze soort echter insgelijks niet in het wild te zijn gevonden, noch vaak te worden geplant, daar K.&V. (XI, bl.131) slechts enkele plaatsen vermelden waar zij gekweekt is aangetroffen. Ook op Ambon waren klaarblijkelijk slechts weinige exemplaren te vinden. Op Ternate wordt hij aangeplant als schaduwboom op kerkhoven en mede aan het strand om een lommerrijke plek te hebben waar men de prauwen kan plaatsen.

Bast & bladeren: omtrent het gebruik deelt R. mede, dat de vrouwen de dikste schors van de stam afhalen om die met rijstmeel en melatibloemen tot een papje te wrijven, dat op het gelaat en het lichaam wordt gesmeerd om een gladde, zuivere huid te krijgen. Ook wordt een afkooksel van een stukje van de schors met de bladeren ingenomen om het slijm op de borst los te maken. De jonge bladeren eten de mensen zowel rauw als gekookt en de oudere, doch niet al te oude, zijn gezocht bij de dieren.

Vruchten: op Bali zouden de rijpe, bruin maar nog niet zwart geworden vijgen zowel rauw als gekookt worden gegeten na verwijderen van de fijne zaden. De tot een zalf gewreven vruchten zouden jeuk verdrijven, wat ook een eigenschap is van de fijngewreven bast (R.).


Ficus semicordata (BUCH.-HAM. ex SM., 1810)

Synonyms (The Plant List): Ficus semicordata Miq.; Ficus semicordata var. conglomerata (Roxb.) Corner; Ficus semicostata F.M.Bailey; Ficus semilanata Corner 

Heyne, 1950: 574-5 - English summary: Ficus semicordata Miq (Minahasa: Wulas awu, Awelas, Masem, Opè, Awalas im bawi; 15-20m high in Minahasa secondary forests up to 1400m alt.; leaves are used to polish wood, figs are eaten; possible confusion with Hampelas badak in Bogor, as Ficus semicordata is only known in Sulawesi and Ambon.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 575): Ficus semicordata MIQ.

Volksnamen: Alf. Minah.: Woelas awoe (bent.), Awelas (t.b.), Masem (t.L), Ope (t.L), Awelas im bam (t.t.)

Boom: 15 a 20 m hoog, in secundaire bossen in de Minahassa algemeen en daar door Koorders gevonden tussen 1 en 1400 m zeehoogte.

De bladeren worden gebruikt voor het polijsten van hout en de vruchten worden gegeten. Koorders zegt ervan, dat zij aangenaam rins zijn en dat dit de enige hem bekende Indon. Ficussoort is die smakelijke vijgen levert en daarom voor cultuur is aan te bevelen (Minahassa, bl. 608). De mogelijkheid van verwisseling is echter niet buitengesloten; Koorders identificeerde zijn Celebes-materiaal - waarvan de inzameletiketten geen melding maken van de voortreffelijkheid der vijgen - met een niet thuis te brengen hampelas badak uit de omgeving van Bogor, terwijl F. semicordata alleen bekend is van Celebes en Ambon.


Ficus septica (BURM. f., 1768)

ficus-septica-ubud-dijkman

Image: Ficus septica, Jalan Bisma, Ubud, Bali (Dijkman, July 2015)

Synonyms (The Plant List): Ficus septica var. cauliflora Corner; Ficus septica var. salicifolia Corner; Ficus seretii Lebrun & Boutique; Ficus sericea C.B.Rob.; Ficus serpyllifolia Blume

Heyne, 1950: 575-6 - English summary: Ficus septica Burm. (Ficus leucantatoma Poir.) (Mal. Awar-awar; Ambon: Sirih popar; Minahasa: Tagalolo; Sunda: Ki Ciyat; Jav. Awar-awar; Mad. Bar-abar; Bal. Awar-awar; Minahasa: Bei, Loloyan; Makassar: Tobo-tobo; Buginese: Dausalu; Halmahera: Bobulutu; Ternate: Tagalolo; low brush, perhaps weed as it is very common: Java up to 1300m alt.; roots chewed with the roots of the 'pisang swanggi' and its sap drunk are an antidote against harmful fish, crabs and Dioscorea hispida Dennst. etc; its wood is not useful, although may prove useful against sea creatures; latex may be useful to prevent herpes and other skin afflictions, but applying may result in painful results; In Bali, the leaves together with ginger rubbed in palm wine would have served to 'cleanse', as rubbed in coconut oil and heated this mixture would serve to replace an 'outplaced' rectum; with the Javanese dukuns, the leaves are called 'dongeng'; the 'Opiumregie Plant' used the leaves to produce 'tikee', only to be delivered to East Java, whereas elsewhere the Javanese used it, together with other Ficus species, to produce a mixture of tobacco and a little opium, as opium surrogate; figs are tasteful, but not edible as vomiting is the result; in Bali it is used to purge, working both ways.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 575-6): Ficus septica BURM./. (Ficus leucantatoma POIR.)

Volksnamen: Mal.: Awar-awar, Sirih popar (Amb.), Tagalolo (Minah.); Soend.: Ki tjijat; Jav.: Awar-awar; Mad.: Bar-abar; Bal.: Awar-awar ; Alf. Minah.: Bei (bent), Lolojan (t.b.); Mak.: Tobo-tobo; Boeg.: Daoesalo; N. Halmah.: Boboeloetoe (Gal.); Ternate: Tagalolo

Lage boom of boomheester, die men een onkruid zou kunnen noemen als dat niet met zichzelf in tegenspraak was, zeer algemeen in de Archipel, op Java voorkomend tussen 1 en 1200 m (K.&V.-XI, bl.215). Rumphius beschrijft hem (III, bl. 153) als Ficus septica en deelt heel wat mede omtrent het gebruik van deze plant, die gewoonlijk als waardeloos wordt beschouwd.

Wortels: de wortels, zegt hij, gekauwd met die van pisang swanggi en het sap ingeslikt, zijn een tegengift voor benauwdheid voortkomende uit het eten van schadelijke vissen, krabben en Dioscorea hispida dennst. Anderen nemen in hetzelfde geval deze beide wortels met die van alang-alang, wrijven ze met water en nemen het uitgeperste sap in als sterk werkend braakmiddel. In Koorders' Minahassa (bl.603) wordt gezegd, dat de wortel wordt gebruikt als tegengift bij steken van vergiftige vissen: in Amoerang zou geen visser naar zee gaan zonder enige van deze wortels mede te nemen.

Hout: Het hout wordt eenstemmig onbruikbaar verklaard. Rumphius echter zegt, dat, op het land waardeloos zijnde, staken ervan toch zeer duurzaam zijn voor sero's, omdat zij door hun melksap voor de in het zeewater levende dieren onaantastbaar zijn.

Melksap: Het melksap uit de bladeren en stengels wordt volgens dezelfde gedruppeld op verwaarloosde herpes en dergelijke huidaandoeningen, doch tot toepassing van dit middel gaat men alleen over als alle andere middelen hebben gefaald. Met rauw vlees in aanraking komende veroorzaakt het nl. pijnlijke zweren, zodat deze bestrijdingswijze neerkomt op het doen uitzweren van de aangedane plekken; die zweren moeten dan weer met andere middelen worden gecureerd. Bij de Opiumfabriek te Djakarta werd opgemerkt, dat zij die de bladeren verwerken (zie beneden) een eigenaardige huiduitslag krijgen (Tijdschr. d. Ind. Mij v. N. & L. dl 76, bl. 18). Hasskarl (Het Nut No 636) zegt van de ki tjijat (door hem zeker ten onrechte gehouden voor Ficus allutacea bl.), dat men een bosje van 7 bladeren in hete as poft en het sap daaruit in de oren druppelt tegen doofheid. Volgens Rumphius worden de bladeren, gesmoord in een stuk jonge bamboe, gebruikt als rijpmakend middel op abcessen. Op Bali zouden zij, met een stukje gember gewreven in verse palmwijn, een middel leveren om „schoonschip" te maken. Met klapperolie bestreken en warm gemaakt zouden zij een uitgeschoten endeldarm zijn plaats doen hernemen (R.). Ik vond opgegeven, dat de bladeren bij de doekoens op Java dongeng heten.

De fabriek der Opiumregie gebruikt de bladeren voor het vervaardigen van haar tikee, een product, dat alleen wordt geleverd naar enige residenties van Oost-Java, terwijl elders tikee door de Javaan zelf wordt gemaakt door vermengen van tabak met een weinig opium. In de fabriek worden de bladeren machinaal gekorven en dan gedroogd, waarna zij gelijken op pijptabak, en vervolgens gesaust met een door koken en filtreren gezuiverd aftreksel van djitjing (het schraapsel uit de opiumpijpen), dat door toevoegen van opium op het vereiste morphinegehalte is gebracht. Na verwijderen van de overmaat van water wordt de tikee tot pillen gedraaid en verpakt.

Men mengt haar met tabak, die op de gewone wijze in strootjes wordt gerookt. Van deze en andere Ficussoorten heet het, dat zij als opium-surrogaat worden gerookt: zeker is, dat zij vaak met opium worden vermengd, om het volume te vergroten.

Vruchten: De vruchten zijn volgens Rumphius aangenaam van smaak, maar desniettegenstaande niet eetbaar, omdat braking volgt als men er meer dan twee van nuttigt. Op Bali gebruikt men ze insgelijks om te purgeren, doch zij werken natuurlijk zowel langs de aanvoer- als de afvoerweg.


Ficus superba (MIQ., 1866)

Synonyms (The Plant List): Ficus superba var. alongensis (Gagnep.) Corner; Ficus superba var. henneana (Miq.) Corner; Ficus superba var. japonica Miq.; Ficus superstitiosa Link

Heyne, 1950: 576 - English summary: Ficus superba Miq (Jav. Jerakah bulu, Gedag, Gedat, Grasak, Ipik, Klebet, Krasak, Opak; Roti: Kèka lampa; tree with many leaves max 25m high, initially epiphytic without trunk; common on Java beneath 200m alt.; in Java young leaves are boiled and eaten with rice, as is the case in Roti, where the 'kèka lampa' is highly revered as fodder tree and young and old and new leaves are given as fodder to horses; when leaves are shed, trees only stand leafless for a few days.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 576): Ficus superba MIQ.

Volksnamen: Jav.: Djerakah boeloe, Gedag, Gedat, Grasak, Ipik, Klebet, Krasak, Opak ; Roti: Keka lampa.

Rijk bebladerde boom, tot 25 m hoog, in zijn jeugd epiphytisch levend en stamloos, later met een uit talrijke luchtwortels samengestelde schijnstam. Hij is verbreid over het Zuid-Oostelijke deel van de Archipel en komt op Java verstrooid groeiend maar niet zeldzaam voor beneden 200 m zeehoogte, meest op periodiek sterk uitdrogend terrein (Backer).

Bladeren: Volgens K. & V. (XI, bl. 133) worden op Java de jonge, aan de toppen der twijgen opeengehoopte bladeren door de bevolking gekookt bij de rijst gegeten. Dit is ook het geval op Roti en daar wordt volgens een mededeling van de Gouvernements veearts Dr Proppe de keka lampa hoog in ere gehouden als voederplant. De jonge bladeren worden door de dieren versmaad, maar zodra zij een donker groene kleur hebben aangenomen worden zij zowel door herkauwers als door paarden met graagte gegeten. Hoewel loofverliezend staan de bomen slechts enkele dagen kaal en niet alle tegelijk en in droge tijden vormen de bladeren het hoofdvoedsel van de talrijke kudden paarden, welke bij dat dieet in gunstige conditie blijven.


Ficus sycomorus (LINN., 1753) - Barwick: Ficus sycamorus (L.)

ficus-sycamorus-barwick-187

Image 23: Ficus sycamorus; (L.), widespread in Africa, to 25m (82ft), Sycamore Fig or Egyptian Sycamore is a thick-branched, possibly buttressed, briefly deciduous sp., with powdery bark, which varies greatly in colour - greenish, pinkish or cream. Native to humid habitats. The large, leathery leaves are edible and cooked locally as relish. Figs are reddish orange and eaten fresh or dried and sought by birds and animals. Bark and latex are used medicinally in the region. (9-12)


Ficus tovarensis (Pittier, 1937) - Heyne: Ficus toxicaria

Synonyms (The Plant List): Ficus toxica Thunb.; Ficus toxicaria L.; Ficus trachelosyce Dugand; Ficus trachycarpa Miq.; Ficus trachycarpa var. paucidentata Miq.

Heyne, 1950: 576 - English summary: Ficus toxicaria Linn. (Ficus elegans Hassk.), (Sunda: Hambèrang, Hamèrang, Hambèrang beureum, Hambèrang bodas; Jav. Dedek, Kebek, Kebek petah, Kebek putih; max. 15m high, diam. 30cm., occurring in West Java between 300-1300m alt., along ravines and young secondary forests, locally common; in tea gardens it is a weed; the rough bark is used for binding rice; the name 'toxicaria' as being toxic is not confirmed; used to produce a beautifully-looking wax served to produce batiks, hardly the same as the wax by Ficus fulva Reinw. For further use, see Ficus variegata Blume.; leaves are used as cattle fodder, especially horses seem to prefer it as it has a 'purging' effect; figs are eaten by the population as snacks.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 576): Ficus toxicaria LINN. (Ficus elegans HASSK.).

Volksnamen: Soend.: Hamberang, Hamerang, H. beureum, H. bodas; Jav. Dedek, Kebeg, K. petah, K. poetih.

Boom: tot 15 m hoog en 30 cm dik, in de westelijke helft van Java tussen 300 en
1300 m zeehoogte groeiend aan ravijnwanden en in jong secundair bos, plaatselijk vaak in grote hoeveelheid. In theetuinen slaat hij soms op in het hart der heesters en vormt dan een moeilijk te verwijderen onkruid (Theeonkruiden No 98).

Bast: De taaie schors dient wel voor het binden van de rijstbossen te velde (K.&V.-XI, bl.247).

Melksap: Het melksap staat gedoodverfd als scherp, ten onrechte echter: K.&V. vermelden, dat het reuk- en smaakloos is en ook Greshoff, die de ongiftigheid bewees (Plantenstoffen II, bl. 178), legt er nadruk op, dat zijn materiaal zonder smaak was. Waaraan deze boom de soortnaam 'toxicaria' heeft te wijten is niet duidelijk, daar er geen giftige eigenschappen van bekend zijn. Hasskarl (Het Nut No 329) zegt, dat het melksap bij bloedwateren wordt ingenomen.

Was: K.&.V. berichten, dat de bevolking er door koken een nogal fraai uitziend boomwas van maakt, dat o.a. voor het batiken van sarongs zou dienen; het kan niet moeilijk zijn, zeggen zij, om daarvan tegen lage prijs grote hoeveelheden te verkrijgen. Van twee der door hen opgegeven plaatsen ontving ik monsters van deze stof, die door hun licht grijze kleur zich van de andere zgn. Ficuswassoorten onderscheiden; een derde monster echter komt meer overeen met het „was" van de naverwante Ficus fulva reinw. Omtrent de practische bruikbaarheid dezer wassen ben ik sceptisch gestemd. Men zie ook Ficus variegata BL.

Bladeren: De bladeren worden volgens K.&V. met graagte door het vee gegeten; in enkele streken worden zij speciaal voor veevoeder ingezameld. Hasskarl zegt, dat paarden er „fel" op zijn en dat dit voer zuiverend werkt.

Vruchten: De vijgen worden door de bevolking wel als versnapering gegeten.


Ficus travancorica (KING, 1887)

Synonyms (The Plant List): Ficus trematocarpa Miq.; Ficus tremblas Miq.

Heyne, 1950: 576-7 - English summary: Ficus trematocarpa Miq. (Mal. Daun ulang-ulang, Daun saharibulan, Sayor nunuk; Grossularia domestica, perhaps a form of Ficus Decaisneana Rumph.; leaves are eaten raw to fill the stomach; leaves are possibly common in Ambon eaten as vegetable; Rumphius mentions Varinga funicularis (Waringin Batali, a creeper) as its leaves are eaten raw.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 576-7): Ficus trematocarpa MIQ.

Volksnamen: Mal. Mol.: Daoen oelang-oelang, D. sahari boelan, Sajor noenoek

Grossularia domestica, door Merrill met enige twijfel gebracht tot Ficus trematocarpa MIQ., die misschien slechts een vorm is van Ficus Decaisneana MIQ., beschrijft Rumphius (III, bl.136) als een hoge, wijd uitgebreide boom, die op Ambon in het wild groeit, doch ook wel door middel van stekken op pleinen en marktplaatsen wordt geplant om de schaduw en de jonge bladeren. Deze worden, niet langer dan drie dagen nadat zij zich hebben ontplooid, door het volk gaarne rauw gegeten bij allerhande vis en bokasan, niet om de buik te vullen, maar om de eetlust op te wekken; zij zijn laf en melkachtig, doch tevens een weinig samentrekkend en daarom zeer geschikt om de scherpte en zuurte van de saus te temperen en om te voorkomen, dat men daarvan buikpijn krijgt. Het is op Ambon een pasargroente. De door Rumphius bedoelde „groente" is echter mogelijk niet afkomstig van een enkele botanische soort, want R. beschrijft in het kort twee „veranderingen", die nogal belangrijk afwijken. Voorts vermeldt hij nog (III, bl.137) een Varinga funicularis, waarvan de jonge bladeren insgelijks zeer geschikt zijn om rauw te eten. Het is een Ficussoort die R. niet anders bekend was dan als klimplant, doch mogelijk mettertijd een boom wordt. Als Indon. naam geeft hij op voor de Molukken: waringin batali.


Ficus variegata (BLUME, 1825)

Synonyms (The Plant List): Ficus variegata var. chlorocarpa King; Ficus variegata var. garciae (Elmer) Corner; Ficus variegata var. ilangoides (Elmer) Corner; Ficus variegata f. paucinervia (Merr.) Sata; Ficus variegata var. pilosior Miq.; Ficus variegata f. rotundata Sata; Ficus variegata var. sycomoroides (Miq.) Corner

Heyne, 1950: 577-8 - English summary: Ficus variegata Blume (Ficus cerifra Blume/Jungh, Ficus subopaca Miq., Ficus Subracemosa Blume; Sunda: Kondang; Jav. Gondang; Madura: Ghundang; Bali: Gondang; Sumba: Kanjilu, Kencalu, Kandélu; North Sulawesi: Aha; Tobukau, Matana, Naha, Latua; North Halmahera: Toro; Ternate: Coro; forest giant max 40m high, diam. 1.75m, all over Southeast Asia, very common on Java up to 1500m alt.: Rumphius describes it as Caprifigus amboinensis as its roots are used as antidote to poisonous fish and fruits; wood used as firewood; the sweet-tasting bark is chewed to prevent dysentery (rode loop); also used with sirih instead of pinang; the bark in Java would produce a white wax used in batik production; possibly used for resin; wax possibly used to cover wounds as a protection against flies; leaves are eaten raw with 'bokasan' and boiled with 'kacang ijo'; fruits, even half-ripe, are eaten with rice, but mostly boiled; the Balinese, in the Kingdom Era, used to eat the fruit as provision for meager times with rice; fruit mix was supposed to heal dysentery.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 577-8): Ficus variegata BL. (Ficus cerifera BL., Ficus ceriflua JUNGH., Ficus subopaca MIQ., Ficus subracemosa BL.).

Volksnamen: Soend.: Kondang; Jav.: Gondang; Mad.: Ghoendang; Bal.: Gondang; Soemba: Kandjiloe of Kentjaloe (O.), Kandeloe (Laoera); Alf. N. Celeb.: Aha (bent.), Touboekau (mongond.), Matana (t.l), Nafta (t.l), Latoea (tonsaw.); N. Halmah.: Toro (Gal.); Ternate: Tjoro

Woudreus, tot 40 m hoog bij een stammiddellijn van 1.75 m, doch meestal van bescheidener afmetingen, over geheel Z.O. Azie verbreid, op Java zeer algemeen doch niet gezellig groeiend tussen 1 en 1500 m (K.&V.-XI, bl.263). Rumphius beschrijft hem (III, bl. 145) onder de naam Caprificus amboinensis en doet, zoals gewoonlijk, omtrent het gebruik uitvoeriger mededelingen dan latere onderzoekers.

Wortels & hout: Zo zegt hij, dat de wortels inwendig worden gebruikt als tegengift na het eten van vergiftige vissen of vruchten en dat het hout, winddroog zijnde, geschikt is om een gestadig vuur te onderhouden, zoals nodig is in arakstokerijen en kalkbranderijen, doch altijd vermengd met ander hout. Eenmaal vlam gevat hebbend gaat het niet gemakkelijk uit. Het is zwaar, doch week en voor timmerwerk onbruikbaar; gebezigd voor palen in zeewater of op het strand is het echter wel duurzaam.

Bast: De zoet smakende bast gekauwd, of een afkooksel daarvan ingenomen, stopt de rode loop; die bast wordt ook wel gebruikt bij de sirihpruim in de plaats van jonge pinang, waarmede hij in smaak zeer goed overeenkomt.

Het tegen het hout aanliggende deel van de schors bestaat uit een vaste, taaie bast, die door kracht noch geweld aan stukken is te trekken, maar wel in de lengte en de breedte uitgerekt kan worden. De Alfoeren van Boeroe en Ceram maken daarvan door kneden en rekken een dunne stof, die zij voor lendendoeken gebruiken (Rumph.). Dit is dus een der klederbasten van nog in primitieve staat levende volksstammen. Uit Manado werd mij in 1907 geschreven, dat de schors, als die ca 1 cm dik is geworden, van de stam wordt gehaald, een dag in stromend water gelegd en dan wordt geklopt tot het korrelig gevoel verdwenen is en de zuivere, viltachtige laag overblijft. Na drogen in de zon is de bruine stof gereed voor lendendoeken voor de mannen en sarongs voor de vrouwen. Het gebruik ervan in de Minahassa bepaalt zich echter tot in de bossen levende lieden en behoort daar overigens tot het verleden.

Op Java is enig gebruik van deze bast volgens K. & V. onbekend, doch zou daarentegen in vele streken van Midden- en West-Java uit het overvloedige witte melksap door indampen een fraai, nogal wit was worden verkregen, dat op de pasars te koop zou zijn en gebezigd worden bij het batiken. Ook dit heeft, voor zover mij bekend, zijn actualiteit geheel verloren. In het Tijdschr. v. Ind. T. L. & V. kunde dl 36, bl.15 (batikindustrie te Bandjarnegoro) wordt van malam gondang gewag gemaakt, doch slechts om te vermelden, dat het zelden of nooit wordt gebruikt. Navraag doende in de door K. & V. genoemde streken heb ik een keer het verse melksap toegezonden gekregen en een andere maal een speciaal bereid monster. Het eerste leverde bij indampen een kleverige, vuil chocoladebruine massa, overeenkomende met het door de bevolking bereide monster van elders, dat uiterlijk evenmin gelijkt op een fraai wit was, zelfs in het geheel niet aan was herinnert. Voor zover mij bekend werd deze getahsoort het eerst onderzocht door Bleekrode (Annales des Sciences naturelles Tome III - 1855, bl.330 e.v.), die van de Nederlandse Handel Mij een monster ontving uit de res. Palembang onder de naam getah lahoe en haar een grote toekomst voorspelde als plantenwas. Greshoff bracht het een en ander van hetgeen omtrent deze stof bekend is bijeen en onderzocht haar (Tijdschr. der Holl. Maatsch. voor Nijverheid 1899, bl. 471); hij komt tot de conclusie, dat de mogelijkheid om er een exportartikel van te maken klein is, doch dat het een voor de bevolking niet geheel te versmaden bosproduct mag heten. Ook voor de volkshuishouding acht ik echter deze stof practisch waardeloos. Ultee deelt in Teysmannia 1915, bl.80 terloops mede, dat hij er 94% hars in vond, zodat er op de naam „was" wel wat valt af te dingen. De chemie van deze stof behandelde dezelfde in het Pharmaceutisch Weekblad 1915, bl.1097 en 1924, bl.1118. Mevr. Kloppenburg zegt, dat het verse melksap goed is om wonden af te sluiten en te beschermen tegen vliegen.

Bladeren & vruchten: Volgens Rumphius worden de bladeren rauw bij bokasan gegeten en gekookt onder katjang idjo. De vruchten, doch alleen de half rijpe, zijn bij schaarste aan rijst bij het volk in gebruik om te eten. Men kan ze met wat zout rauw nuttigen met kanari's of droge vis, doch beter zijn zij als men ze opensnijdt, het zaad verwijdert en de rest met andere sajoer in water kookt. De Baliers droogden (in R.'s tijd) de opengesneden vruchten als provisie voor de schrale rijsttijd, om die dan onder de rijst te koken. Voor een Europese maag zijn zij echter bezwaarlijk te verduwen (Rumph.). Mevr. Kloppenburg beveelt het drinken van een afkooksel van de vruchten of het sap uit de gestampte vruchten, met wat zout vermengd, aan tegen dysenterie.


Ficus vogeliana (MIQ., 1867) - Heyne: Ficus vogelli

ficus vogelii wittmannp69

Image: Ficus vogelii (Wittmann, 2003:69)

Synonyms (The Plant List): Ficus vogelii (Miq.) Miq. ; Ficus vogelii var. pubicarpa Mildbr. & Burret; Ficus vohsenii Warb. Synonym; Ficus volkameriifolia (Miq.) Wall. ex Miq.; Ficus volkensii Warb.; Ficus volubilis Van Houtte ex Miq.; Ficus volubilis (Dalzell) King

Heyne, 1950: 578 - English summary: Ficus Vogelli Miq (reminiscent of the African Ficus elastica Roxb. produces Abba or Lagos rubber, imported to Bogor in 1886, where rubber was found to be inferior in quality compared to Ficus elastica.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 578): Ficus Vogelii MIQ.

Deze op Ficus elastica ROXB. gelijkende Afrikaanse boom levert de Abba- of Lagos-rubber en werd in 1886 te Bogor ingevoerd. In de Cultuurtuin aldaar tapte Van Romburgh (Les PL à c. et à g.p., bl.110) een paar exemplaren en verkreeg een opbrengst aan rubber van inferieure kwaliteit nog aanmerkelijk kleiner dan bij Ficus elastica. In Colonial Reports 1910 No 687 wordt melding gemaakt van het onderzoek van enige monsters Lagos-rubber van de Goudkust, waarvan de waarde werd geschat op 20% van die van Hevea caoutchouc.


Ficus wassa (ROXB. 1832)

Synonyms (The Plant List): Ficus wassa var. nubigena (Diels) Corner; Ficus wassa var. obversifolia (Miq.) Corner

Heyne, 1950: 578 - English summary: Ficus wassa Roxb. (described by Rumphius as Caprifigus aspera, possibly identifiable as Ficus moseleyana King (Moluccas: Gohi, Ambon: Wasa; its bark, used in mixture with the root of the Artocarpus communis Forst. would cure dysentery (rode loop); the inner bark is used for ropes for fishing nets; young leaves are eaten raw with bokasan and cooked with other vegetables; in dire times half-ripe fruits are boiled and eaten.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 578): Ficus Wassa ROXB.

Is een ledige naam voor een groep van Ficussoorten, door Rumphius samengevat (III, bl. 150) onder de naam Caprificus aspera, bestaande uit een breedbladige, een smalbladige en een sterk afwijkende gladde soort, welke laatste volgens Merrill, mogelijk is te identificeren als Ficus Moseleyana KING. Het zijn middelmatige bomen, die echter in gebruik schijnen overeen te komen, daar Rumphius zich bij zijn indeling sterk heeft laten leiden door het nut en nadrukkelijk vermeldt indien zijn „veranderingen" zich in gebruik onderscheiden van de hoofdsoort. Als volksnamen geeft hij o.m. MoL: gohi; Alf. Amb.: wasa. Hun gebruik is als volgt:

De schors, met de wortel van Artocarpus communis FORST. in water gekookt en dat decoct gedronken, geneest de rode loop. Uit de binnenbast kan men touwwerk, zoals vislijnen, maken. De jonge bladeren worden, zolang zij nog week zijn, rauw met bokasan en gekookt met andere sajoer, genuttigd. In geval van nood eet men ook de geschilde halfrijpe vruchten gekookt en van die van de smalbladige sort vermeldt hij, dat zij, na verwijdering van de zaden, met suiker gestoofd een aangename kost vormen.


Below, Heyne mentions four Ficus species A-D with doubtful scientific identification & local names (volksnamen), listed as titles.

Ficus pachyneura? (C.C.BERG, 1988) Ficus calophylla BLUME, Ficus pachyphylla MERR.

Synonyms (The Plant List): Ficus pachyphylla King; Ficus pachyphylla Merr.; Ficus pachypleura Warb.

Heyne, 1950: 578-9 - English summary: Ficus spec. A. (Mal. Waringin malata; a ficus species related to Ficus calophylla Blume or Ficus pachyphylla Merr., climber with branches as thick as a 'thumb', naturally occurring on Ambon; the figs are as big as cherries and brown-red when ripe, vaguely sweet in taste but edible, often given as fodder to bats or flying foxes; HEY50:578-9)

Original Dutch text (Heyne, 1950: 579): Ficus spec. A.

Volksnamen: Mal. MoL: Waringin malata

Als Varinga repens beschrijft Rumphius (III, bl.134) een aan Ficus calophylla BL. of Ficus pachyphylla MERR. verwante klimmende Ficussoort met Stengels ter dikte van een vinger, op Ambon wildgroeiend. De vruchten zijn vijgen zo groot als kersen, rijp bruinrood, lafzoet en enigszins rins; zij zijn eetbaar, doch veel zaaks is dit zeker niet, daar R. mededeelt, dat zij merendeels aan de vleermuizen worden overgelaten.


Grossularia silvestris Rumphis? (Ambon: Ise poetih)

Heyne, 1950: 579 - English summary: Ficus spec. B. (Ambon: Ise putih; alias Grossularia silvestris Rumphis: large tree, mountainous areas and occasionally at cliffs; wood is white and harder compared to other ficus species, used to decorate the head (prow) of korakora boats; also used in lime-kilns if mixed with other types of wood; leaves are cooked with fish by the poor man.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 579): Ficus spec. B.

Volksnamen: Alf. Amb.: Ise poetih

Onder de naam Grossularia silvestris beschrijft Rumphius (HI, bl.138) een grote boom, groeiend in het hoge gebergte en hier en daar op de klippen. Het hout is wit en wat harder dan anders bij Ficus het geval is; dat van de dikste exemplaren wordt gebruikt om de krullen te snijden waarmede de voorstevens der korakora's worden versierd. Overigens is het bruikbaar voor de kalkbranderijen, mits met ander hout vermengd, omdat het, winddroog zijnde, goed brandt en lang vuur houdt. De bladeren worden door de arme man wel bij de vis gekookt.


Caprificus chartaria? (Ambon: Saka)

Heyne, 1950: 579 - English summary: Ficus spec. C. (Mal. /Ambon: Saka; Rumphius reports a tree called Caprificus chartaria that the inner bark is thinner than the Ficus variegata Blume, and after weeks of soaking it can be stretched into gross linen cloth; bark is very durable, and on Seram used as loin cloth.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 579): Ficus spec. C.

Volksnamen: Mal. Amb.: Saka

Van Caprificus chartaria zegt Rumphius (III, bl.149), dat de binnenbast fijner is dan van Ficus variegata BL.; na weken in water kan hij worden gerekt tot een dikte van grof linnen doek. Die bast is zeer duurzaam en werd op Ceram veel voor lendendoeken gebruikt.


Caprifugus aspera? (Jav. Kayu jurang)

Heyne, 1950: 579 - English summary: Ficus spec. D. (perhaps Javanese Kayu Jurang, perhaps a type of Caprifugus aspera, Rumphius states that the inner bark mixed with adas-pulasari would cure heated eyes; its gum, dissolved in water, would serve to 'cleanse', used by midwives; 'Jurang' is the Javanese name of Villebrunea rubescens Blume - Urticacaenea the sap of which is said to cure inflamed eyes.

Original Dutch text (Heyne, 1950: 579): Ficus spec. D.

Van een als kajoe djoerang aangeduide Javaanse Ficus, die een breedbladige soort van Caprificus aspera zou zijn, zegt Rumphius (III, bl. 151), dat het sap uit de met adas-poelasari gewreven binnenbast, in verhitte rode ogen gedruppeld, die zou genezen. De gom, die zeer zeldzaam aan deze boom wordt gevonden, zou in water opgelost worden gedronken om te zuiveren, o.a. door kraamvrouwen (R.). Djoerang is de jav. naam voor Villebrunea rubescens bl. (Urticaceae), waarvan het sap heilzaam wordt geacht bij ontstoken ogen!


Source

  • Barwick, Margaret (2004) - Tropical & Subtropical Trees, a Worldwide Encyclopaedic Guide, Thames & Hudson, United Kingdom, 484pp.
  • Heyne, Karel (1950) - De Nuttige Planten van Indonesië, Parts I (p.1-1450) and II (p.1451-1660 & list of scientific names p.I-CCXII), H.Veenman & zonen, Wageningen, pp. 567-579
  • The Plant List (www.theplantlist.org)
  • Pollet, Cédric (2010) - Bark, An Intimate Look at the World’s Trees, 192pp.
  • Useful Tropical Plants (http://tropical.theferns.info)
  • Wittmann, Rudolf (2003) - Bomen Wereldwijd, 160pp.

This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it. research: Godi Dijkman www.godidijkman.nl social facebook box white 24