Dronkers, P.L. (1917-1996)

Pieter Leendert Dronkers (Middelharnis, 19 August 1917 - Eindhoven, 13 August 1996) was a civil servant to the Allied Military Administration Civil Affairs Branch and the "Binnenlands Bestuur" (Colonial Home Administration) at Negara Djembrana, Tabanan and Denpasar from 1946-1949.

PLDronkers foto notitiesImage left (no.96): Drs. Pieter Leendert Dronkers (courtesy D.J.Dronkers, Velp - The Netherlands, 1980/2006)

In the course of his administrative duties he made some 7,000 photographs of Balinese cultural life, amongst which five at Nusa Penida, yet to be located. The first article below is an article provided by the National Archives at The Hague, Netherlands (English translation by Godi Dijkman). The second article is the Dutch complete description of his life, written by D.J.Dronkers. The third article is a curriculum vitae found at KITLV-archives, 2013, as yet incomplete. An English translation is forthcoming. Please, click here for his article on the 'Misadventures of the Piet Hein".

P.L.Dronkers (National Archives, The Hague)

[1] P.L. Dronkers, born 19 August 1917, completed his education in Leiden in September 1941 and became Dutch colonial government administrator (Indisch bestuursambtenaar) and in July 1945 he was one of the first members of the contingent of Dutch colonial administrators to be sent out from The Netherlands to the Netherlands-Indies, at that time still occupied [by the Japanese]. Via Australia and a temporary assignment in Batavia with the Netherlands Government Information Service (Regerings Voorlichtingsdienst, RVD), in the first months of 1946, he was granted a post with the landing forces, which were to bring Bali back under regular [Dutch colonial] administration. Initially, Internal Affairs Administration was militarised with the name Allied Military Administration, Civil Affairs Branch (AMACAB), something which was undone in the course of 1946. In 1947, civil administrators were added to the local self-government as civil advisors (bestuursadviseurs). Mid 1948, these administration advisors were put together at the office of the Balinese 'Rajadom Council' (vorstenraad) Dewan Radja-Radja in Den Pasar. The reason for this was, also at local level, to melt into changed political relations within the Negara Indonesia Timur, to which daerah Bali belonged. The transfer of sovereignty in December 1949 formally ended the interference of Dutch [colonial] Civil Administration with local administration.

Dronkers held the following positions in Bali: 
junior controller (aspirant-controleur) in Boeleleng and Djembrana, March-May 1946; junior-controller in Djembrana, May-December 1946; controller/administration advisor in Tabanan, January 1947 - June 1948; head of the Political Affairs Department with the Dewan Radja-Radja in Den Pasar, June 1948 - March 1949; head of the Economic Affairs Department with the Dewan Radja-Radja in Den Pasar, June 1949 - April 1950. April 1950, Dronkers together with his family repatriated to the Netherlands.

Source

  • Tempelaars, A.M. - 'Archiefvorming, Geschiedenis van de archiefvormning, inleiding', Nationaal Archief, Nummer archiefinventaris: 2.21.281.25; door, Nationaal Archief, Den Haag (c) 1993

***

'Notities betreffende het geslacht Dronkers/Dronkert, oorspronkelijk: Dronkaert(s), Dronckert' by D.J.Dronkers (Velp, Netherlands, 1980/2006)

dronkers-notities-00-coverImage right: 'Notities...', cover, courtesy by D.J.Dronkers, Velp, Netherlands, 1980/2006

[2] (p.157) Drs. Pieter Leendert Dronkers werd op 19 augustus 1917 te Middelharnis geboren als zoon van Leendert Dronkers en Cornelia Rietdijk. Zijn vader was een gedreven onderwijsman die later directeur werd van de Rijkskweekschool voor Onderwijzers in Den Haag. Het serieuze onderwijzersgezin waarin hij opgroeide heeft in sterke mate bijgedragen aan zijn vorming en hij heeft daar in zijn latere leven altijd dankbaar op teruggekeken. Een deel van zijn jeugd bracht hij door in Nijmegen, een later deel in Den Haag. Op zondag maakte het gezin lange wandelingen in de natuur met camera, kijker en botaniseertrommel. Zijn vader kende wel duizend wilde planten, anders had hij op school geen dubbeltje uitgeloofd aan zijn biologieleerlingen die hem een onbekende plant konden tonen. Waar nu woonwijken zijn verrezen kon je nog kemphanen observeren en naar nachtegalen luisteren. 's Avonds werden er bij de piano liederen gezongen, zowel psalmen en gezangen als Galeries en Europese liederen. De vakanties werden doorgebracht bij de boerenfamilie in het Zeeuwse land of er werd echt gekampeerd.

Hoewel niemand in zijn familie ooit iets met Indië van doen had, besloot hij Indologie te gaan studeren nadat hij daarvoor enthousiast was geworden door een gesprek met een bestuursambtenaar uit Indië die in Nederland met verlof was en die hij nooit eerder had ontmoet. In 1936 begon hij in Leiden met de 5-jarige studie Indologie met het vooruitzicht dat hij in 1941 als ambtenaar bij het binnenlands bestuur naar Nederlands-Indië zou gaan. Het uitbreken van de oorlog in 1940 maakte een abrupt einde aan dit toekomstplan. Om aan de "Arbeitseinsatz" te ontkomen zocht hij na zijn doctoraal onderdak bij Philips in Eindhoven. Dat lukte wonderwel en ondertussen raakte hij betrokken bij een plan van Leidse en Utrechtse indologen om een leemte in de illegale pers op te vullen. Zij wilden in een blad "De opdracht" een beleid voorstellen dat gericht was op zelfstandigheid van Nederlands-Indië met een eigen parlement en bestuur. Om aan het blad te kunnen werken vertrok hij op de dag vóór de bevrijding van Eindhoven naar Den Haag, waar zijn verloofde Digna Johanna Adriana Teunis woonde, met als gevolg dat hij daar de hongerwinter moest meemaken. Die tijd is onuitwisbaar in zijn herinnering gegrift: een mengeling van werk dat gedaan moest worden, overal en altijd dreiging, angst, slapen onder de vloer in de nacht bomen (p.158) rooien om aan brandstof te komen, razende Duitsers, neerstortende V2's, verspreide en herhaalde bombardementen op het Bezuidenhout waar in 1945 zijn schoonfamilie werd getroffen. Tegen het einde van de hongerwinter, enkele weken voor de bevrijding, trouwde hij in Den Haag met Digna Teunis.

Direct na de bevrijding vertrok hij in juni 1945 via Engeland, Aruba, Panama naar Australië. Daar vernam hij dat op Java de republiek was uitgeroepen en dat Japan die met wapens steunde en ook dat er nog geen geallieerde troepen waren geland. Toen hij in Indië arriveerde werd hij aangesteld als bestuursambtenaar op Bali. Digna kon zich in de zomer van 1946 bij hem voegen. Hij heeft gedurende 5 jaar in verschillende functies op Bali gewerkt. Deze vijf Indische jaren waren voor hem en zijn vrouw de mooiste van hun leven. In zijn vrije uren maakte hij de honderden uitzonderlijk fraaie foto's voor het boek 'Bali, Cultuurgeschiedenis in beeld' in dat hij met Dr. R. Goris maakte en dat werd uitgegeven door de Regering van de Republiek Indonesia.

Met de betrekkelijk snelle evolutie van een naar een Nederlands-Indisch naar een Indonesisch bestel heeft hij geen grote moeite gehad. Hij besefte dat de functie van resident of assistent-resident, die in vooroorlogse omstandigheden bereikbaar was, zeker kon worden vergeten. Hij was zich bewust van de grote verantwoordelijkheid die Nederland droeg om het land met alles wat onder Nederlandse leiding aan infrastructuur en zorg voor de bevolking tot stand was gebracht, op een ordelijke over te dragen aan een capabel nieuw bestel. Bij de soevereiniteitsoverdracht in december 1949 (hij was toen adviseur economische zaken van het centrale eilandsbestuur) hebben hij en zijn vrouw ernstig overwogen in Indonesië te blijven. De republikeinse druk werd echter zo groot dat vertrekken tenslotte de enige mogelijkheid was. Hij betreurde dat Nederland er niet in was geslaagd het bestuur ordelijk over te dragen. De betrekkingen met Indonesië waren tot de overdracht van Nieuw-Guinea in 1962 ernstig verstoord waardoor van een soepele overgang geen sprake kon zijn.

Als landverhuizers kwam het gezin aan in Nederland. De Nederlandse regering die hen zo nodig had om haar plannen met Indië te verwezenlijken, liet hen vallen als een baksteen. Geen pensioen, geen andere baan, zelfs geen bemiddeling of aanbeveling daarvoor. Hij was 33 jaar, had een vrouw en twee kinderen. Zijn eerste gedachte was om weer zo snel mogelijk naar Indonesië te gaan waar hem wel enkele functies waren aangeboden. Het was duidelijk dat hij zich op een breukvlak bevond. Het eerste deel van zijn loopbaan was voorgoed voorbij en hij zou aan een nieuw deel van zijn leven moeten beginnen.

Zijn hoogste baas uit Indonesië, die intussen bij Philips was gaan werken, raadde hem in een lang gesprek aan om vooral niet de gemakkelijkste weg te kiezen door weer naar Indonesië te gaan, maar iets totaal anders te beginnen, bv. bij Philips.

Het werd Philips. Het bedrijf had hem op dat moment niets anders te bieden dan de concernadministratie. Dat trok hem niet erg aan en hij kende deze afdeling nog uit de oorlogstijd. Na een jaar bij deze administratie gewerkt te hebben, waarin hij eigenlijk spijt had van zijn beslissing, kon hij naar Sociale Zaken van Philips. Daar belandde hij midden in de opbouw van een modern personeelsbeleid. Het bedrijf bevond zich toen in een snelle internationale expansie waardoor er zowel in Europa als daarbuiten behoefte ontstond aan advies en steun in zaken als werving, selectie, beoordeling, functieclassificatie, honorering, opleiding, etc. Hij kreeg hier de kans deze afdeling voor het eerst na de oorlog weer internationaal vorm te geven. In ruim 40 Philips organisaties buiten Nederland heeft hij zodoende kunnen bijdragen aan een ontwikkeling waardoor beter aan de eisen van expansie kon worden voldaan en in landen beter tegenspel kon worden geboden aan de snel opkomende vakbewegingen. Het waren drukke jaren met vooral veel reizen naar landen waar Philips een vestiging had. Na een minder gelukkige start werd het dus een boeiend leven met perspectief en voldoening dat verder reikte dan hij ooit had gedacht.

In de jaren zeventig waren de Philips-organisaties in Europa, Azië en Latijns-Amerika op sociaal gebied zelfstandig geworden. Nadat hij nog leiding had gegeven aan Onderwijs en Kadervorming en vervolgens aan de sociaaleconomische afdeling (verantwoordelijk voor arbeidsvoorwaarden en vakbondsonderhandelingen) werd hij 1969 directeur van Sociale Zaken. Ongeveer in die tijd er een einde aan de naoorlogse periode van consensus (tussen overheid, werkgevers en vakbonden) waaraan Nederland een miraculeuze wederopbouw en welvaartsstijging te danken heeft gehad. Een nieuwe periode met meer confrontatie en conflict, van verregaande democratisering en toegeeflijkheid brak aan, dit alles gestimuleerd door volledige werkgelegenheid en een hoog niveau van sociale voorzieningen. Deze klimaatsverandering vergde een koerswijziging van het sociale beleid waaraan hij onder leiding van Frans Otten enthousiast meewerkte.

Met Frits Philips had hij veel belangstelling voor de Oxfordbeweging en de daaruit voortvloeiende Morele Herbewapening. Zij bezochten regelmatig de internationale bijeenkomsten in Caux.

In 1978 ging hij met pensioen en werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Toen begon wat hij zijn derde leven moemde of zijn "sabbatical years". Hij genoot van de vrije tijd, zijn gezin en kleinkinderen en schreef voor zijn kinderen een verhaal over het gezin van zijn ouders, over zijn belevenissen in Indië en een stuk over het leven van zijn grootouders Dronkers en hun nazaten (hoofdstuk 13, De familie Dronkers in Ter Nisse 1830-1967). Daarnaast bekleedde hij enkele commissariaten die hem de mogelijkheid boden bij de tijd en in contact met bedrijven te blijven. In zijn levensbericht voor zijn Rotaryclub zei hij terug te kunnen zien op een boeiend leven onder een gelukkig gesternte, hij was ook een zondagskind.

Hij overleed op 13 augustus 1996 te Eindhoven, zijn echtgenote anderhalf jaar later. Zowel bij zijn uitvaartdienst als bij die van zijn echtgenote voerde Frits Philips het woord. Zijn oudste zoon Wouter begon als scheepswerktuigkundige en maakte vervolgens een commerciële carrière en eindigde als Chief Executive Officer bij de Bussines Unit Lamps Europe van Philips. Dochter Digna trouwde met fysisch ir. Wiebo de Boer en zoon Aart werd geoloog en leidinggevend werkzaam in de olie-industrie in Texas, Canada en Australië.

Source

***

Drs. P.L. Dronkers

[3] Geboren: 19 augustus 1917 te Middelharnis (Z.H. - Nederland). Gehuwd, twee kinderen; Huidige functie: Controleur Eerste Klas t/b voor Economische Zaken bij Daerah Bestuur van Bali (Dewan Radja Radja).; Laatstgenoten salaris in Indonesië (basis) F.720,- (B.A.G.); Opleiding: Gymnasium Alpha; Economisch-doctoraal-examen Indologie aan de Rijksuniversiteit te Leiden, September 1941.

Nederland

Juni 1942 tot Mei 1945 N.V.Philips Eindhoven. Bestemd voor hoofd (concern) boekhouding na oriënterende opleiding in het bedrijf. Daartoe aanvankelijk geplaatst op Kostprijsadministratie Radiobuizenfabriek, waar voornamelijk statistisch werk verricht. In de gelegenheid gesteld tot het volgen van de leergang "Moderne Bedrijfsadministratie" en met speciale opdracht "Onderzoek Rijkskostwinners" tijdelijk aan de Afdeling Maatschappelijk Werk toegevoegd. Uit getuigschrift van de Afdeling Personele Zaken: "een uitstekende werkkracht die de hem opgedragen taak met veel ambitie en tot onze volle tevredenheid heeft verricht. Zijn wijze van optreden was zeer correct. Hij verliet onze dienst op eigen verzoek." (Nl. in verband met uitzending door de Nederlandsche Regering naar Australië op 15 juli 1945). September 1944 tezamen met enkele gelijkgezinde indologen uit Leiden en Utrecht opgericht het ondergrondse tijdschrift "De Opdracht" en uitgegeven tot na de bevrijding teneinde het Nederlandse volk meer te doordringen van de Nederlandse verantwoordelijkheid in Indonesië.

Indonesië

September 1945 te Brisbane opgenomen in het NICA (Netherlands Indies Civil Administration)-team voor Batavia als Secretaris van de Commanding Officer NICA Batavia, Resident Pino. Aankomst Batavia 3 October 1945. In verband nog verwarde toestanden op bestuurlijk gebied tevens werkzaam bij de Regeringsvoorlichtingsdienst (RVD) toen juist in oprichting) op Afdeling Planning, Journalistieke Productie, Visuele Productie) tot Februari 1946, op welk tijdstip door Directeur Binnenlands-Bestuur ingedeeld bij het AMACAB (Allied Military Administration Civil Affairs Branch)-team voor Bali, dat daar op 2 Maart 1946 gelijktijdig met de geallieerde (Nederlandse) troepen landde; Uit afscheidsbrief van Hoofd Politieke Voorlichting RVD (den Heer W.A. van Goudoever); "Nu de B.B. taak u roept, willen wij U niet graag laten gaan zonder U, als aanvoerder van de Dadelogengroep "Het Team" een woord ban waardering en dankbaarheid mede te geven als afsluiting van een periode van werkzaamheid bij de RVD die ook onzerzijds zulk een bijzonder prettig karakter heeft gedragen. Het was voor ons als ex-gedetineerden uit Indische kampen bemoedigend, hoopvol en verkwikkend in "Het Team" de kennismaking te mogen vernieuwen met een verjongd Holland, dat in deze landen opnieuw een taak waard is en [aumkun/sunkun?."

Bestuurspraktijk op Bali

Als Adspirant-Controleur Hoofd van Plaatselijk Bestuur geplaatst in Djembrana, het district bij Java gelegen Landschap van Bali, dat ernstig onder infiltratie en daaruit voortvloeiende onregelmatigheden had te lijden. 1 Januari 1947 benoemd tot Controleur en overgeplaatst naar het landschap Tabanan, toentertijd centrum van de verzetsbeweging, als Bestuursadviseur van den Radja van Tabanan. Voornaamste taak aldaar: Pacificatie en opbouw van het bestuursapparaat, w.o. welvaartsdienst in samenwerking resp. met militairen en zelfbestuursinstanties.

Juni 1948. Na overgave van de verzetsbeweging over geheel Bali geplaatst op het kantoor van het Daerah-bestuur van Bali (Dewan Radja Radja) te Den Pasar als Hoofd van de Afdeling Politieke Zaken. In deze functie contact met de politie (recherche) Militairen, (M.I.D., G.M.I.), verschillende bevolkingsgroepen en politieke stromingen en last met de samenstelling van het tweewekelijkse Politieke Verslag van Bali. 1 Juli 1948 bevorderd tot Controleur eerste klasse. Juni 1949. Bij hetzelfde Daerah-bestuur, waarvan intussen de Residentiële bevoegdheden waren overgedragen, belast met de Afdeling Economische Zaken, contact met handels- en bedrijfsleven, uit- en invoer, veezaken, landbouw en tevens: Secretariaten van de Economische Commissie, Vervoerscommissie en Plaatselijke Prioriteitscommissie voor Motorvoertuigen. Sinds Juni 1948 tevens belast met het waarnemen van "Public Relations" in welke functie geregeld contact met buiten-en binnenlandse gasten. October 1948 van het Departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen opdracht ontvangen tot het samenstellen van een Cultureel Overzicht van Bali in ruim 200 fotografische opnamen ten gebruike van de dit jaar verschijnende "Culturele Atlas van Bali" door Dr.R.Goris. Voor dit doel sindsdien op Bali 7000 foto's gemaakt.

Bijzonderheden en eindoordelen uit Conduitestaten B.B.

1947: (Resident Dr. M. Boon): "Is zeer ambitieus. Weet zich snel in te leven in een ressort en dringt spoedig tot de kern van de zaak door. Is een harde werker en geeft zich zeer veel moeite om hoofden en bevolking bij te staan en voor te lichten. Belooft een zeer goed bestuursambtenaar te worden - Zeer goed; 1948: (Resident Dr. M. Boon): "Is een persoon, die zich zeer snel op de hoogte weet te stellen van al die zaken, die een plaatselijke bestuursbeambte maat dient te weten en te behartigen. Is zeer ijverig en dringt tot de kern van de problemen door. Zeer goed."; 1949 (Daerah-secretaris, Assistent-Resident Mr. H. Schuilwerve): "Heeft journalistieke aanleg. Bezit flair zich snel in zaken in te werken, dient vooral toe te leggen op kennis van administratieve bepalingen en voorschriften. - Zeer goed."

Besluit: De positie van de Nederlandse Bestuursambtenaar in het Indonesische Overheidsapparaat is sinds de overdracht van de soevereiniteit om politieke en psychologische redenen onhoudbaar geworden. Dit geldt ook voor diegenen onder de bestuursambtenaren die - als ondergetekende - op datum toegewezen plaats met loyaliteit en toewijding hebben medegewerkt aan de ontwikkeling van Indonesië na de oorlog en die op grond daarvan kunnen steunen op een goede persoonlijke verhouding met hun Indonesische chefs en ondergeschikten. De Nederlandse Regering - dit inziende - heeft voor de na de oorlog uitgezonden jonge B.B.-ambtenaren (als ondergetekende) de mogelijkheid geopend om het vaste dienstverband om te zetten in een Kort Verband, waardoor de dienst terstond kan worden verlaten met recht op passage naar Nederland. Onder deze omstandigheden zoekt ondergetekende thans een functie buiten de bestuursdienst. Hij tekent daarbij aan, dat hij bereid is een hem passende functie waar ook ter wereld te aanvaarden.

Source

  • Dronkers, P.L. (Curriculum vitae), controleur eerste klasse ter beschikking van Economische Zaken bij het Daerah Bestuur Bali (Dewan Radja Radja); KITLV-inventaris 81, H 1317; Collectie P.L. Dronkers, (1917-), ambtenaar bij de Allied Military Administration Civil Affairs Branch en het Binnenlands Bestuur te Negara Djembrana, Tabanan en Den Pasar. 1946-1949. 0,5 doos.
 Schenking P.L. Dronkers; 1949

* Original Dutch text of first article from National Archives, The Hague, Netherlands*

P.L. Dronkers, geboren op 19 augustus 1917, voltooide in september 1941 in Leiden zijn opleiding tot Indisch bestuursambtenaar en behoorde in juli 1945 tot het eerste contingent bestuursambtenaren die vanuit Nederland uitgezonden werd naar het toen nog bezette Nederlands-Indië. Via Australië en een tijdelijke functie in Batavia bij de Regerings Voorlichtingsdienst werd hij in begin 1946 ingedeeld bij de landingstroepen die Bali weer onder regulier bestuur moesten brengen. Aanvankelijk was het Binnenlands Bestuur gemilitariseerd onder de naam van Allied Military Administration, Civil Affairs Branch (AMACAB), een situatie die in de loop van 1946 ongedaan werd gemaakt. In 1947 werden de bestuursambtenaren als bestuursadviseurs toegevoegd aan het lokale zelfbestuur. Medio 1948 werden deze bestuursadviseurs samengetrokken op het kantoor van de Balinese vorstenraad, de Dewan Radja- Radja, in Den Pasar. De achtergrond hiervan was om ook op lokaal niveau vorm te geven aan de gewijzigde staatkundige verhoudingen binnen de Negara Indonesia Timur, waarvan Bali als daerah een onderdeel uitmaakte. De soevereiniteitsoverdracht in december 1949 maakte formeel een einde aan de bemoeienis van de Nederlandse bestuursambtenaren met het lokaal bestuur.

De functies die Dronkers op Bali bekleedde waren de volgende:


  • aspirant-controleur in Boeleleng en Djembrana, maart-mei 1946

  • aspirant-controleur in Djembrana, mei-december 1946

  • controleur/bestuursadviseur in Tabanan, januari 1947 - juni 1948

  • hoofd van de afdeling Politieke Zaken bij de Dewan Radja-Radja te Den Pasar, juni 1948 juni - maart 1949

  • hoofd van de afdeling Economische Zaken bij de Dewan Radja-Radja te Den Pasar, juni 1949 - april 1950


In april 1950 repatrieerde Dronkers met zijn gezin naar Nederland.

Source

  • Tempelaars, A.M. - 'Archiefvorming, Geschiedenis van de archiefvormning, inleiding', Nationaal Archief, Nummer archiefinventaris: 2.21.281.25; door, Nationaal Archief, Den Haag (c) 1993

This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it. research: Godi Dijkman www.godidijkman.nl social facebook box white 24